Weesp in oude ansichten deel 1

Weesp in oude ansichten deel 1

Auteur
:   G. Lindeboom
Gemeente
:   Weesp
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4152-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Weesp in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Weesp

in Dude ensichten deel1

door

G. Lindeboom

Vierde druk

jubileumeditie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de uitgeverij Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXVII

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 3344 7 ISBN13: 978 90 288 3344 9

© 1969 Europese Bib1iotheek - Zaltbomme1

© 2009 Reproductie van de vierde druk uit 1987

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

WOORD VOORAF

Weesp is een oude stad, misschien moet ik bescheiden zeggen "stadje". In de middeleeuwse oorkonden wordt Weesp aangeduid als Wesepe, soms Wisepe of Wesop. In een brief van 1131 van Andreas van Cuijck, bisschop van Utrecht, wordt de naam "Wesopa" gebezigd. Hoe oud is Weesp? Deze vraag wordt meermalen gesteld. In 1131, in de bovengenoemde brief van Andreas van Cuijck, wordt deze me de ondertekend door Bero van Wesopa, wat wel duidt op het toen reeds bestaan van Weesp.

In het jaar 1204 is Weesp door de Kennemers tot as verbrand, aanleiding hiertoe was een twist van de Kennemers met de Graaf van Loon.

Bisschop Jan van Arkel heeft Weesp, gelijk met Muiden, in 1356 verbrand. Weesp was kort tevoren een beveste (ommuurde) stad geworden, volgens het eerste Handvest van Weesp, gegeven in 1355 door hertog Willem van Beijeren. Er staat daarin geschreven: "In den eersten soe sal haer vrijhede wesen also als zijt nu begraven en bevest hebben totten uiterste cante toe van hoire graften. (gegeven tot Dordrecht op den twintichsten dach van Meije int Jaer ons Heeren duysent, drie hondert, vijf ende vijftich.)"

De oude kern van Weesp wordt begrensd door de Hoogstraat (Vecht), de Herengracht (de Stedegracht), de Oudegracht (eveneens der Stedegracht) en het Achter 't Vosje.

In deze oude kern beyond en bevindt zich nog de Sint-Laurenskerk aan de Nieuwstraat.

Het stadhuis was to en in een rondeel van de stadsmuur aan de Hoogstraat, recht tegenover de Kerkstraat. De oude kern bevatte ook twee kloosters, namelijk het jonge Convent en Het Klooster, ook genaamd oude hof of convent.

Deze kloosters namen een niet gering deel in van Weesp.

Wat nu de Nieuwstraat heet was vroeger een gegraven water midden door de oude kern, lopend van de Herengracht tot aan het water van het "Achter 't Vosje".

Dit grachtje was genaamd "de Grobbe" (Grebbe, Grubbe, Grobbe betekent gegraven).

Met de bouw van het tegenwoordige Stadhuis Ao 1772-1776 is deze Grobbe in gedeelten gedempt en zo ontstond een nieuwe straat, Nieuwstraat geheten.

Behalve, dat in de tijd van de beide genoemde kloosters, welke zijn opgeheven in 1577-1578 (alteratie), het wolweven werd uitgeoefend, was in die tijd ook het Weesper bier bekend. Op een gravure uit 1675 staat onder de afbeelding: "Het is een aenghenaem Stedeken (Weesp), teghen woordigh seer vermaert door de Brouwerijen, waer in Sij seer goede bieren brouwen, die tot hun groot voordeel op veele plaetsen versonden werden."

In het begin der 18de eeuw werd in Weesp genever gestookt en werden varkens vetgemest van de afvalstoffen.

Barend Peelen, omstreeks 1810 burgemeester van Weesp, dichtte voor "De Nederlandsche Stad- en Dorpbeschrijver" door L. van Oilefen in 1795 het volgende vers over Weesp:

Zo lang de Zilveren Vecht Uw boorden blijft

besproeien, o Wesop! en Natuur U met haar schoon vereert.

Zo lang de koopmanschap in Nederland zal bloeien; Genever en door Oost en Westen werd begeerd ...

Zo lang de naneef Trouw op hogen prijs zal stellen Hoort Gij, mijn Vaderstad! Uw naam met blijdschap

spellen,

Verschillende branderijen, ongeveer 15 in getal, verschaften aan een groot aantal huisgezinnen het brood, totdat Schiedam opkwam en het Weesper produkt danig ging beconcurreren.

Met de Weesper branderijen ging het toen bergafwaarts.

In een van deze leegstaande branderijen is Graaf van Gronsve1d Diepenbroick Impel een porseleinfabriek begonnen. Deze fabriek heeft gewerkt van 1759 tot 1771. Het Weesper porselein is uniek en zeer kostbaar. Van de Gilden in de stad Weesp bemerkt men

niets meer. Aileen in het Gemeentemuseum bevinden zich nog enkele penningen van het Turf- en Koorndragersgilde en van het Schoenmakersgilde.

Het zag er, ook in Nederland, zoals in zovele landen van Europa in het begin der 19de eeuw verre van rooskleurig uit. Er was geen welvaart, eerder kon men spreken van een a1gemene verarming.

En nu is het wel merkwaardig, dat juist van die tijd de oprichting van enige Nederlandse Chocoladefabrieken dagtekent, waarvan er zijn die zich tot in onze tijd hebben kunnen handhaven.

Voor Weesp is dit de Van Houten's Cacaofabriek, die in 1815 werd opgericht door Casparus van Houten en die begon op de Leliegracht te Amsterdam.

Een van zijn zoons was Coenraad Johannes van Houten. Het was deze Coenraad Johannes, die de uitvinding deed van de oplosbare cacao-poeder.

Op 4 april 1828 wordt door koning Willem I octrooi verleend op deze uitvinding.

In 1842 wordt de fabriek naar Leiden verplaatst en vervolgens in 1850 naar Weesp. De fabriek nam daar grotendeels het terrein in van het leegstaande klooster (Het Klooster) aan de Oudegracht, waarin (v66r 1850) door de Diakonie der Hervormde Kerk nog een tijd lang een tapijtweverij gedreven werd.

In Weesp kon men toen voor het eerst spreken van een werkelijke fabriek, welke de naam "De Adelaar"

droeg en zo werd dan ten slotte een middeleeuws convent, waarin devote volgelingen van Geert Groote vroeger hun litanieen aanhieven, omgezet in een fabriek, die Weesp bekend zou maken over de gehele wereld.

In 1897 wordt een nieuwe fabriek buiten de stad gebouwd.

Zang- en muziekverenigingen werden in het leven geroepen. Een societeitsgebouw voor de employe's en een feestzaal (De Roskam) voor het gehele person eel kwamen tot stand.

Onder bekwame leiding werden cursussen gegeven in handwerken en koken. Vanaf 1889 mocht de fabriek zich "De Koninklijke van Houten's Caeaofabriek" noemen.

U hebt hiervoor kunnen lezen van de merkwaardigheid in het begin der 19de eeuw, namelijk het ontstaan van enige Nederlandse Choeoladefabrieken. Voor Weesp blijkt eehter, dat er in het derde kwart van de 19de eeuw nog een andere fabriek zijn bestaan begon: de N.V. v.h. J. Geesink & Zoon (1875).

Een fabriek waar reinigings- en brandweermaterieel gemaakt werden en tevens carrosserieen en bedrijfsautomobielen. De fabriek werd toen gevestigd in een pand op de Nieuwstad, tussen de Klaas Listingsteeg en de Kromme Elleboogsteeg. Toen de produktie groter werd en de fabriek zieh moest uitbreiden, werden meerdere panden bij het reeds bestaande fabriekspand gevoegd.

De fabrieage van wagenbouw, ijzerconstruetie en brandweermaterieel werd uitgebreid met carrosserieen en bedrijfsautomobielen, daardoor moest er weer meer ruimte komen, maar waar? Op de plaats waar de fabriek begonnen was, kon men onmogelijk verder uitbreiden, omdat daar aile grond en opstailen (bebouwing) die nog beschikbaar waren, al ingenomen waren.

Maar er kwam uitkomst. Omstreeks 1897 werd een nieuwe fabriek voor de firma Van Houten buiten de toenmalige stad gebouwd.

Het grote witte gebouw aan de Nieuwstad, zieh ongeveer uitstrekkend van de Jan Gortersteeg tot de Sam van Gentsteeg met dezelfde breedte aan de Aehtergracht kwam door de nieuwe "Van Houten"-fabriek langzamerhand leeg en dit was de gelegenheid voor de N.V. v.h. J. Geesink & Zonen om daarheen het met gebrek aan ruimte kampende bedrijf te verplaatsen. Grappig is het, dat dit gebouw vroeger de Stads Franse Kostsehool voor Jongejuffrouwen was.

Die jongejuffrouwen zullen toen aan zoiets als een fabriek niet gedacht hebben!

Met het bespreken van deze beide Weesper fabrieken zijn we inmiddels dieht genaderd tot de jaren waaruit verschillende van de nu volgende "ansiehten" dateren, namelijk van ongeveer 1880-1930.

Bij de rangschikking dezer "ansiehten" is gedaeht aan een wandeling door Weesp.

Als begin punt hierbij is de Vecht in de eerste plaats genomen en daaraanliggend de Hoogstraat, te beginnen bij de Lange Vechtbrug. Vervolgens in de richting van de sluisbrug en Muiderbinnenweg (nu Stationsweg) tot het station. Daarna terug naar de Herengracht tot de Zwaantjesbrug, deze brug over en rechts het Buitenveer in tot op de Amsterdamseweg. Terugkomend uit het Buitenveer passeren wij het Binnenveer en richten onze schreden naar de Nieuwstad. De Nieuwstad met aan de overzijde de Oudegracht tot aan de Breedstraat. Met de Breedstraat in te gaan, nemen we een kijkje op de Achtergracht en Groeneweg.

Aansluitend aan de Achtergracht volgen de Wollenweversbuurt, Klompbrug, Singel (het wandelsingeltje) en Klompweg (nu Utrechtseweg) met de molens. We waren nu buiten de Klomppoort en gaan de's Gravelandsepoort bezien, dus de Ossenmarkt over. We keren terug naar de Nieuwstad-Breedstraat en wan delen, na eerst de Nieuwstad nog wat verder bekeken te hebben, het Grote Plein op. Het klinkt deftiger als we zeggen "we betreden dit Grote Plein".

Via het Grote Plein nemen we de gehele Nieuwstraat tot de Sliikstraat, de winkelstraat van het oude Weesp of zoals men nu zegt "het oude centrum".

Na het verschijnen van "De Stad Weesp" in de Nederlandsche Stad- en Dorp-Beschrijver door L. van Ollefen, Ao 1795 en daarna in 192 7 de gids voor

Weesp en Weesperkarspel door Joh. Chr. Wijnand, is er nadien niets meer over Weesp verschenen, tenminste niet apart in boekvorm.

Ik vind het bijzonder prettig dat de Europese Bibliotheek te Zaltbommel mij de gelegenheid biedt om dit boekwerkje over Weesp te verzorgen. De tweeentwintig jaar, die ik voor het topografische album van het Gemeentemuseum van Weesp heb kunnen verzamelen, schenken mij nu het plezier een ruime keuze te kunnen do en uit de verzameling oude ansichten en foto's.

Ik hoop van harte dat de kijkers en de lezers evenveel genoegen mogen vinden in dit boekwerkje, als ik gehad heb bij de samenstelling ervan.

Ik ben bijzonder verrast, dat na het verschijnen van de eerste druk in 1969 en van de tweede druk in 1973, nu de derde druk zal verschijnen. Een teken, dat het oude Weesp nog niets van de belangstelling heeft verloren.

Weesp, december 1978

Dc Y('cht

Wee p.

Van de blanke zwanen die eertijds de Vecht bevolkten, zien we hier niet veel, maar wel van de nijverheid aan de Vecht, de wasserijen of kleerbleekerijen. Ret water was bekend om z'n helderheid en zuiverheid. Zelfs de stad Amsterdam liet Vechtwater in speciale schuiten als drink water voor haar bewoners komen. Na het wassen moesten aIle zeepresten uit het goed gespoeld worden en voor deze spoeling waren dan steigers (lage en hoge) gebouwd in 't water. am de wassers of kleerbleekers tegen de weersinvloeden te beschermen werden over de steigers heen de spoelhokken gebouwd. Ret witte brugwachtershuis komt mooi uit tegen het zware geboomte op de Ossenmarkt. In de verte de korenmolen en de houtzaagmolen. (Ca 1900)

9

10

Bij de vorige afbeelding werd gesproken van hoge en 1age steigers in de spoelhokken. De waterstand van de Veeht versehilde nog al eens. In een nat seizoen, wanneer veel water geloosd werd, kon de Vecht sterk stijgen, vooral als het Zuiderzeewater ook hoog stond, zodat in Muiden de spui-sluizen dieht bleven. De spoelknecht kon dan bij de versehillende waterstanden gebruik maken van de lage of hoge steiger. Bijgaande afbee1ding uit 1926 toont de Ossenmarkt diep in 't water. De Duedalf komt nog maar net met z'n witte kop boven 't water uit. Op de voorgrond de stokken, waaraan de palingfuiken bevestigd zijn.

i~

. ..,

.~

In de 17de eeuw lag een brugverbinding aan 't einde van de Hoogstraat bij het Achter 't Vosje. Later is deze brug meer naar het midden van de Hoogstraat verlegd en werd "de Langebrug" genoemd. Op deze afbeelding uit 1890 ziet men een schip door de geopende brug varen. De doorvaartbreedte liet een enkele keer weI eens te wensen over en dan gebeurde het dat een schip vast kwam te zitten, Dit kon veroorzaakt worden door een verkeerde manoeuvre met het mer of door een te brede lading op het bovendek (turf of hooi), Dan was Holland, in dit geval het verkeer door Weesp, in last.

11

12

Deze foto toont de lange Vechtbrug in reparatie. De balansen zijn weggenomen en de rijdekken zijn rechtop tegen de bogen of hameijen aangedrukt. Dat het hier in dit geval wel een langdurig ongemak zal zijn, blijkt wel door de inmiddels ingelegde pontverbinding. Veel publiek is er op de pont, maar bij goed toezien is het grootste deel de jeugd van Weesp, die een tochtje over de Vecht niet voorbij laat gaan. In het nieuwe huis, juist hoven de voorsteven van het schip, he eft Dr. Knaap jarenlang zijn praktijk uitgeoefend. (1910)

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek