Westerhaar/Vriezenveensewijk in oude ansichten

Westerhaar/Vriezenveensewijk in oude ansichten

Auteur
:   J. Hosmar
Gemeente
:   Vriezenveen
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5930-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Westerhaar/Vriezenveensewijk in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Aan het verzoek van de Europese Bibliotheek om een deeltje "Westerhaar/Vriezenveensewijk in oude ansichten" samen te steIlen, hebben we gaame gevolg gegeven. We meenden aan dit verzoek te moe ten voldoen, omdat in deze tijd een verlangen naar het verleden bij vrijwel iedere generatie naar voren lijkt te komen.

Uit de moerassige streek van Vriezenveen en omgeving verhieven zich vroeger en ook nu nog een aantal zandruggen en bulten. Westelijk van Vriezenveen lag ook zo'n zandbult: Westerhaar. En daar begint ons verhaal. Rond 1850 kwamen de eersten zich er vestigen. In Vriezenveensewijk kwam men wat later, toen het kanaal werd gegraven. Landbouwers, die probeerden op de arme grond een bestaan te veroveren, anderen kwamen er wonen omdat zij in het veen een boterham probeerden te verdi en en. Zij waren de voorlopers van hen, die later uit Hoogeveen, de Friese wouden, uit Emmen en Ter Apel zouden komen. Daar was de vervening vee! eerder begonnen en liep er eigenlijk af. Rudolf van Echten had zijn Morgenland afgegraven. Tussen het werk in het veen rond Hoogeveen en het werk in Westerhaar en later ook in Vriezenveensewijk was weinig verschil. De vervener was in aIle opzichten de baas. Hij beschouwde zijn arbeiders als lijfeigenen. Ze waren letterlijk aan hem overgeleverd. Niet werken betekende: uit het .Jiuis" en geen eten. In de winter gaf hij hen graag "krediet". De arbeiders kochten in zijn winkeltje en hij schreef wel, 's Zomers, als er turf werd gewonnen, hielp iedereen mee om de schuld weg te werken en om te proberen een reserve te kweken voor de komende winter. Wie echter eenmaal schuld had, kwam er nooit meer uit.

De hygienische toestanden lieten vroeger ook veel te wensen over. Geprobeerd werd om de moeders enige vorm van hygiene bij te brengen. Maar hoe doet men dat in een huis, dat in de grond is uitgegraven, muren heeft van plaggen en in het gunstigste geval een gevel van steen, een rookgat in plaats van een schoorsteen en als er geen geld is om zeep te kopen ...

Er was vroeger tussen Westerhaar en Vriezenveen geen straat, slechts een zandweg. Zoals hiervoor al is gezegd, ontstond Vriezenveensewijk pas toen het kanaal was gegraven om de turf af te voeren. Langs het kanaal kwamen weer veenarbeiders wonen.

Is er weinig reden om trots op de geschiedenis te zijn voor de inwoners van Westerhaar/Vriezenveensewijk?

Niets is minder waar, want in die tijd is de basis gelegd voor wat de buurtschappen Westerhaar/ Vriezenveensewijk nu zijn: levende gemeenschappen, waar gemeenschap nog werkelijkheid is. Waar men nog aan elkaar hangt, waar een familieband heerst als vrijwel nergens anders.

In Westerhaar/Vriezenveensewijk is niets meer te vinden van die tijd van vroeger. Het is een modern dorp waar alles kan, dankzij de strijd ook van het gemeentebestuur van Vriezenveen om de achterstand in te halen. Dankzij ook de Stichting Buurtwerk en het bestuur van de Stichting Gemeenschapscentrum "De Klaampe" en de Woningstichting "Sibculo en Omstreken". Plaggenhutten en andere povere bouwsels zijn al jarenlang verdwenen en vervangen door fraaie complexe woningwetwoningen en huizen van particulieren. Wil men iets van de oude toe stand zien dan kan men in het Veenmuseum .Vriezenveenseveld'' terecht, waar men nog echte plaggenhutten aantreft.

Vriezenveen, september 1994

1. Hosmar

1. We zijn met dit boekje in de buurtschappen Westerhaar/Vriezenveensewijk beland, die, naar wij eerst aannamen, in 1985 hun honderdjarig bestaan hadden te vieren, maar deze buurtschappen zijn eigenlijk al veel ouder. In het gemeenteverslag van 1866 wordt al over vervening gesproken namelijk: "De venen, welke turf bevatten zijn zeer uitgebreid, doch wordt daar van slechts een betrekkelijk klein gedeelte tot vervening be nut."

In het gemeenteverslag van 1885 wordt medegedeeld, dat het aantal schapen in deze streek steeds vermeerdert. Dat is in het jaar waarin de Rehobothschool wordt gebouwd.

Als men in Vriezenveen over het turfland sprak, dacht men aan de buurtschappen Westerhaar/ Vriezenveensewijk. Deze foto uit 1932levert het bewijs.

2. Zo zag de bekende tekenaar A. van der Boon de bouwvallige huizen in de buurtschappen Westerhaar/ Vriezenveensewijk, naar de woorden van meester H.W. Heuvel, .zo aardig in het hout" liggen. De entourage mag dan fraai lijken, de armoede werd er niet anders door.

Deze tekening werd met een aantal andere aan burgemeester Ie. Bouwmeester aangeboden ter gelegenheid van zijn veertigjarig ambtsjubileum in 1925.

3. De contrasten op woongebied waren vroeger in Vriezenveen bijzonder groot. Er waren woningen die alleen een gat in het dak hadden waardoor de rook een uitweg moest zoeken, maar men kende ook fraaie herenhuizen (met schoorsteen) van de rijke kooplieden, die in Rusland goed "geboerd" hadden.

Hoewel de tegenstellingen in de buurtschappen minder groot waren, aangezien daar geen rijken woonden, was de woningellende nog groter. Een van deze povere bouwsels ziet u hier afgebeeld. Er was een groot aantal van deze krotwoningen, dat men met recht het "tranendal" noemde.

Dergelijke bouwsels stonden er nog na 1945.

4. Hier bekijken we nog een van de krotwoningen, die men vroeger in de buurtschappen Westerhaar en Vriezenveensewijk kon aantreffen. De woontoestanden waren voor de gezinnen die zich in het veengebied vestigden bar en boos. Deze toestanden werden onder ogen gebracht van regeringsautoriteiten. Burgemeester Ie. Bouwmeester kreeg de nodige medewerking, onder anderen van ingenieur Le Poole, inspecteur van de volksgezondheid te Amersfoort. Dit had tot resultaat dat de woningstichting "Sibculo en Omstreken" op 4 augustus 1928 werd opgericht.

Geleidelijk aan werden de woontoestanden beter.

5. Gaf het exterieur van de krotwoning geen fraai aanzicht, met het interieur was het al net zoo De inventaris bestond uit een klein aantal stoelen en een eenvoudige houten tafel, met enig keukengerei.

Elektriciteit had toen nog geen intrede gedaan in de Vriezenveense buurtschappen en men moest zich nog behelpen met petroleumverlichting.

Deze foto werd in de jaren twintig genomen en later in het blad .Eigen Erf" geplaatst.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek