Westknollendam in oude ansichten

Westknollendam in oude ansichten

Auteur
:   A.F. Neuhaus
Gemeente
:   Zaanstad
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2053-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Westknollendam in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Westknollendam dankt zijn ontstaan vermoedelijk aan de Knollendam of Noorddam, die daar in de Zaan in de eerste helft van de veertiende eeuw zal zijn aangelegd. In 1374 werd daarin een sluis aangebracht voor de doorvaart en uitwatering. Die sluis werd gesloten zo gauw het zeewater bij hoge vloed het land binnenkwam door de sluizen van Edam en Nieuwendam en de waterstand op de grote meren boven het peil rees van de boezem van de Zaan. Ornstreeks 1630 is de dam gedeeltelijk weg gegraven, toen deze voor het regelen van het waterpeil niet meer nodig was. Vanaf die tijd zijn Oosten Westknollendam door het Zaanwater gescheiden,

Hoe oud is nu Westknollendam? Wanneer er inderdaad na het leggen van de dam ook van een gehucht of dorp sprake is, dan behoort Westknollendam tot de oudste Zaandorpen en zou in dat geval ouder zijn dan bij voorbeeld Wormerveer of Zaandijk.

Westknollendam maakte vroeger deel uit van de banne van Westzaan, maar was nimmer in het banbestuur vertegenwoordigd. Pasop 1 januari 1833 ging het tot Wormerveer behoren. Westknollendam is echter altijd een aparte gemeenschap gebleven, met een eigen verenigingsleven, een eigen school, zelfs lange tijd met twee eigen kerken. De hervormde kerk dateerde van 1610. Dit was een klein bedehuis met houten toren, waarin een luidklok en later ook een uurwerk met wijzerplaat waren aangebracht. Ten gevolge van verval moest op 15 juli 1862 worden overgegaan tot het afbreken van de toren. Kort daarna werd het nieuwe gebouw aan de Oostzijde in gebruik genomen en ging men ook vanuit West daar ter kerke. Wat er van de oude Westerkerk nog resteerde, kwam

op 18 december 1862 ter amotie te koop. De hervormde kerk heeft gestaan op de plaats waar zich momenteel perceel nummer 60 bevindt. De mennonieten of doopsgezinden hielden hier vanaf 1628 hun kerkdiensten. In de jaren veertig van de vorige eeuw verrees aan de Dorpsstraat de zo vertrouwde verrnaning, die dan ten slotte eind 1973 voorgoed aan het oog werd onttrokken. Niet alleen uit eigen dorp, maar ook uit de wijde omgeving kwam men hier ter kerke. Vandaar nu dat de toegangsweg naar het dorp nog tot diep in de vorige eeuw bekend was als de "Kerkedijk".

Een reis naar Knollendam had vroeger heel wat voeten in de aarde. Zo was de verbinding niet alleen gebrekkig, maar ook zeer tijdrovend. Wie vanuit Wormerveer naar Westknollendam wilde komen, kon dat do en per veerschuit of te voet via het slingerdijkje van de Karnemelkspolder. Voor de bootreis moest men al vroeg uit de veren, want de veerschuit vertrok 's morgens al om vijf uur. En niet dagelijks! Een retourtje naar de westwal van Knollendam kostte, bij voorbeeld in 1843, slechts vier stuivers. Een aanmerkelijke verbetering kwam in 1822 tot stand toen de ringdijk van de ban van Westzanen berijdbaar werd gemaakt, waardoor beoosten Moltjesveer de Driesprong ontstond. Hier vanuit werd de weg doorgetrokken tot aan de Togtsloot. De overvaart naar de Starnmeerdijk is daarna gekomen. Op 31 augustus 1822 werd Roelof Beukman als overzetter voor het Markerveer aangesteld, weI onder de voorwaarde dat hijzelf het onderhoud aan de schouw moest bekostigen. Het overzettarief werd bepaald op een vierduitstuk (twee-en-een-halve cent) per persoon; voor een chais met paard werd drie stuivers geheven.

Er verscheen daar ook een veerhuis; in ieder geval was er in 1824 al sprake van bewoning,

De toestand van de Dorpsstraat bleef nog heel lang een zorgenkind. Over het slechte wegdek werd door de bewoners aanhoudelijk geklaagd. Zo schreef men in 1903: De Dorpsstraat vanaf het huis bewoond door J. Kelder tot aan het huis van Jacob Stroobach, ligt veel te laag, en staat dus telkens blank, ja diep onder water, als het Zaanwater op ongeoorloofde wijze te hoog wordt. Dan kunnen kleinen en grooten niet droogvoets hun bestemming bereiken, en zijn dus school en fabriek voor hen die oostwaarts wonen slechts met natte voeten te bereiken. Gelieve dus die straat ongeveer een voet te verhoogen, opdat die onhoudbare toestand verdwijne! Een radicale verbetering duurde nog heel wat jaartjes. De andere belangrijke verbinding, de Noorddijk, zou pas in 1930 worden beklinkerd. Daarvoor bestond het plaveisel uit grint. Petroleum was jarenlang de enige straatverlichting. Rond de eeuwwisseling was Cornelis Starn ter plaatse de lantaarnopsteker. Voor het aansteken, doyen, vullen en schoonmaken van de veertien aanwezige lantaarns beurde hij in 1899 een bedrag van f 105,- per jaar, Later heeft Muus Starn ook nog als brenger van het licht met het laddertje over de schouder gel open. Overigens brandde de straatverlichting alleen van september tot 1 april. 's Avonds na elven werd ze gedoofd, terwijl er bij volle maan helemaal niets brandde. Misschien dat oudere plaatsgenoten er nog wel heugenis van hebben dat in 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, vanwege petroleumgebrek het hele dorp in diepe duisternis was gehuld. Plaatsgenoot-raadslid Paulus Klokman heeft in die dagen het vuur

uit z'n sloffen gelopen om te zorgen dat een flinke partij kaarsen kon worden uitgedeeld. Toch heeft het olietekort de komst van de elektriciteit versneld. Want eigenlijk kort daarna, ongeveer in april van dat jaar, werd begonnen met de aanleg van een bovenleiding. Ondanks het verminderde olieverbruik bleef er voor brandstoffenhandelaar Jan Hos, vader van kruidenier Klaas Hos, nog genoeg werk aan de winkel. Zo was men voor verwarming nog uitsluitend aangewezen op turf en cokes. Wie een fornuis rijk was, stookte met hout of met turf of anders stond het pannetje eten wel op een petroleumstelletje te sudderen. Met het leggen van een zinker door de Zaan werd Westknollendam via het buizennet van Wormer in 1930 van gas voorzien.

In de tijd voordat in Westknollendam een waterleiding aanwezig was, verzamelde men het regen water in bakken of tonnen, die meestal op het erf stonden. Bij droge zomers of hele strenge winters waren de bewoners vaak zonder water. Er werd dan per schip duinwater aangevoerd en bij 't Zwaantje gedistribueerd. Nadat tijdens de barre winter van 1929 er wederom een watertekort ontstond, liet de rnoedergemeente ijlings een waterleiding aanleggen. Toen kon men dan eindelijk in Westknollendam thuis onder de douche!

Tot slot spreek ik graag mijn dank uit voor alle vriendelijke hulp bij het samenstellen van dit boekje, Eigenlijk is dan ook een postume hulde op z'n plaats aan fotograaf Piet de Jong (1863-1931), die ons zulke prachtige kieken heeft nagelaten.

1. Hoewel de oude stukken spreken van Moltjesveer, noemt men het altijd Molletjesveer. Deze overvaart bestond sinds het graven van de Nauernasevaart en het octrooi voor het overzetten van voetgangers dateerde van 24 november 1634. Volgens overlevering heette een van de eerste pachters Mol. In het schuitje op de voorgrond zit Jaap Smit. Andere overzetters waren hier onder anderen Maarten van der Woude, Siem Wouda en Jaap Prins. Najaar 1968 werd de pont voorgoed uit de vaart genomen. Deze "doorkijk naar de horizon" toont ons ook de molens "De Woudaap" en "De Spin" te Markenbinnen.

2. Even voorbij de Driesprong ligt nog altijd de boerderij "Inv1ucht". Zo genoemd, omdat menig "kassiesventer" hier vroeger, ten tijde van leegstand, de nacht doorbracht. Omstreeks 1900 ging Piet Renooy erop boeren, waarna zoon Klaas de veehouderij tot circa 1929 voortzette. Na Heitsma verschijnt hier dan ten slotte in 1932 Gerrit Crok. Heel lang was de boerderij met zo'n veertien bunder land familiebezit van Gerardus de Goede, eens burgemeester te Wijdenes. Bij de slootkant staan Klaas Renooy, Marie Renooy-Ke1der en Engeltje Kelder- Verwer (rechts).

3. Vanuit Moltjesveer bereiken we nu de Schouwstraat en zien rechts op de hoek de woning van Co Koene. Hij werkte bijna zestig jaar op "De Vrede" en overleed in 1935. Piet Aafjes volgde hem toen als chef op. In het huis ernaast woonde olieslager Gerrit Besse. Het perceel op de andere hoek starnt uit 1892. In dat jaar vroeg Klaas Slooten vergunning voor het bouwen van "een burgerwoonhuis met winkel, hooiberging en stalling".

4. De Schouwstraat stond vroeger onder de bewoners ook bekend als .Jiet buurtje" of "de dijk", Achter het tuinhek links staan Trijntje Wiepkes-Max en Grietje Max-Wiepkes. De houten dubbele woning herbergde lange tijd de gezinnen van Bruin (machinist op "De Vrede"), Sierhuis en Dirk Koene. Ook Jan Dik huisde er eens. En wie stonden daar zo'n tachtig jaar geleden? Te beginnen links:

Dirk Max, Jan Starn, Piet Koeman, Jan Koeman, een onbekende, Anne Sierhuis, vergezeld van haar moeder, en Hendrik Sierhuis. Dan weten we aileen nog dat Reindert Of man dochtertje Grietje op de arm draagt. 't Is anders net ofhet optrekje rechts onbewoond staat?

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek