Wijngaarden in oude ansichten

Wijngaarden in oude ansichten

Auteur
:   H. Boogaard, A. v.d. Heyden-Tukker en A. Kuiper-Baan
Gemeente
:   Graafstroom
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5646-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Wijngaarden in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

16. De wonderen van de techniek zag men bij los de smid. A. Mouthaan, smid te Wijngaarden was hoefsrnid, kachelsrnid, fietsenmaker en schaatsenslijper. Hij maakte ook veel melkkarretjes, waarop vier of zes melkbussen konden staan. Op de foto ziet u zo'n karretje.

IJzer in de gewenste vorm buigen en smeden was een warm en moeilijk werk. De aan elkaar te smeden stukken ijzer werden in een kolenvuur verhit; dit vuur werd aangewakkerd door wind uit een blaasbalg, die met de hand of voet werd bediend. Wanneer het ijzer een bepaalde temperatuur had bereikt, werd het op een aanbeeld gelegd en met een hamer aan elkaar geslagen. Op deze manier werden ook de ijzeren banden aan elkaar gesmeed die om de houten wie1en getrokken werden.

Als er een paard beslagen moest worden, bracht hij het hete ijzer tegen de hoef, wat een aparte geur verspreidde.

De kachelpijpen werden gewalst en aan elkaar gefelst. De smid plaatste in het najaar de kolenkachels op school, in elk lokaal een. Omdat dit enige dagen duurde, kregen de kinderen dan kachelvakantie, nu is dit de herfstvakantie.

Neringdoenden in Wijngaarden waren, timmerman Van Hattem, bakker Van Rees, kruidenier Kreukniet, manufacturier Boogaard, taxibedrijf Korevaar, cafe Van Eijl, olieboer Verschoor en kleermaker Johan de long.

17. Het dorpsbeeld bepalende gebouw, waar nu de Rabobank is gevestigd, was tot 1918 de openbare lagere school. Toen werd het een kaas- en boterzaak van G.J. Leeuwis, die in 1930 naar Sliedrecht vertrok. Daarna vestigde er zich kruidenier Kreukniet. Henk Kreukniet en zijn knecht Arie Korevaar waren bekende person en in het dorp. De naam Kreukniet werd afgekort tot "De Kreuk". Men wist tenslotte niet beter, het was Henk en Aai Kreuk. Dat was een probleem voor de schooljongen die voor de vrouw van de meester een pond suiker moest halen. "Bij Kreukniet," zei mevrouw. De jongen ging naar huis en vroeg zijn moeder waar hij suiker moest halen. Bij de Kreuk niet had mevrouw gezegd, waar dan weI? De moeder vertelde dat "De Kreuk", Kreukniet heette. Het raadsel was opgelost.

De familie Kreukniet was een van de eersten die telefoon in het dorp hadden. Zij ontstaken ook de enige straatIantaarn van het dorp. Als het lichte maan was, werd deze niet ontstoken, dat kostte tevee!!

Op de foto van links Henk Kreukniet, Nel Kreukniet-Kwakernaat en Arie Korevaar.

18. Arie Boogaard is bijna veertig jaar begrafenisbedienaar geweest, vroeger noemde men dit doodbidder of aanzegger.

Vroeger werd het overlijden in het dorp bekend gemaakt door de buren van de overledene. De linker- en de rechterbuurman gingen bij familie en relaties in het dorp "dood bekend maken of aanzeggen".

Een of twee dagen voor de begrafenis gingen de buren weer rond om familie en vrienden uit te nodigen bij de teraardebestelling aanwezig te zijn. Dit werd "groeve bidden" genoemd; waarschijnlijk een Germaanse uitdrukking, Grube bitten.

De dragers waren ook buren 4 of 5 ter rechter- en linkerzijde van het sterfhuis, zij ontvingen daar f 1,00 voor.

Op de plaats waar nu de consistorie is was de toegang tot het kerkhof. Er hing een collectebus bij de uitgang waarin men geld kon deponeren; dit geld was bestemd voor diegene die onvoldoende geld voor de begrafenis had. Doodgeboren baby's werden in de schemer begraven. De overledene werd begraven met de voeten naar het oosten. Bij de verrijzenis staat men dan op met het gelaat naar het oosten, vanwaar het licht komt.

Tijdens de begrafenis was iedereen in het zwart gekleed, de mannen met een hoge zijden hoed op. De vrouwen waren zwart gesluierd, aIleen de ogen waren vrij. Tijdens toespraken de den de mannen de hoed af, aileen als het erg koud was, zei de bedienaar weleens: "We houden onze hoofden bedekt."

Er waren omstandigheden dat de overledene niet in de woning "boven aarde" kon blijven staan. De overledene werd dan naar het lijkenhuisje overgebracht, dat zich op het kerkhof beyond.

De familieleden gingen direct in de rouw, in het zwart. Al de kleding werd zwart geverfd. Familieleden die niet meer thuis woonden, gingen eveneens in de rouw. Een jaar lang duurde deze rouw. Na een jaar droeg men een rouwband om de linkerarm; een zwarte band van 8 it 10 ern breed. Soms droeg men die ook een jaar. Later werd deze band vervangen door een zwart vierkantje op de linkerarm. Als de overledene "boyen aarde" stond ging men niet naar de kerk. De zondag na de begrafenis ging men rouw in de kerk brengen, in het zwart, de mann en met de hoge hoed op. Ook als men elders naar een begrafenis was geweest, bracht men in het zwart rouw in de kerk, zodat men kon zien: hij of zij is naar een begrafenis geweest. Men legde de rouw, het verdriet, het gemis, in de kerk voor God en de gemeente. Zo verwerkte men de rouw. Van het sterfhuis werden de blinden zes weken schuin tegen elkaar gesloten. Daarna sloot men zes weken

19. Op de foto zien we Hans van Rees en zijn dochter Annie bij zijn bakkerswagen, bij het paard bakkersknecht Trapman.

De woning is in 1870 als boerderij gebouwd door de familie E. Boele. Rond de eeuwwisseling was er een bakkerij gevestigd. Voordien was de bakkerij gevestigd aan het Westeinde, wat nu nummer 15 is. Voor bakker Kees van Rees zich aan het Westeinde vestigde was daar Cornelis Goes bakker. De bakkerij aan de Dorpsstraat is voor het grootste gedeelte nog intact. Men sprak in het dorp over de bakker, de naam Van Rees kende men nauwelijks.

De wagen was bedoeld voor broodbezorging, maar werd ook gebruikt voor personenvervoer. Dan werden de planken verwijderd en had men een comfortabel vervoermiddel.

Op de onderste foto, van links naar rechts: Amarentia van Rees, Geertje Korevaar-van Vuuren, Annigje van Rees-Boele, Gerrit Korevaar, Annie van Rees en Claziena van Rees-Korevaar.

20. Jan Verschoor met de oliekar voor de boerderij van J. Aantjes.

Nadat Dirk Verschoor om gezondheidsredenen niet meer op het boerenbedrijf kon werken, begon hij een oliezaak aan het Westeinde. Met een hondekar ging hij door Wijngaarden om zijn petroleum uit te pinten.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek