Wolphaartsdijk in oude ansichten deel 1

Wolphaartsdijk in oude ansichten deel 1

Auteur
:   C. van Winkelen
Gemeente
:   Goes
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3255-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Wolphaartsdijk in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

Wanneer we de Iandkaart van Zeeland vergelijken met die van uit de middeleeuwen, dan valt er weI een groot verschil op. Zuid-Beveland is momenteel een geheel, terwijl dit gebied in de zestiende eeuw bestond uit schorr en, slikken en zandplaten. In de loop van vele jaren is hierin verandering gekomen. Steeds meer polders kwamen tot stand.

Het dorp Wolphaartsdijk ligt in de noordwesthoek van ZuidBeveland en weI in de Oosterlandpolder. In 1370 gaf hertog Albrecht octrooi om Oosterland (niet te verwarren met de plaats Oosterland op Schouwen en Duiveland) in te dijken, Dit gebied behoorde voor het grootste gedeelte tot het vroegere ambacht Oostkerke. Ten westen van deze polder liggen de Oud-Sabbingepolder, de Zuiderlandpolder en de Westkerkepolder. De Oud-Sabbingepolder behoort tot een van de oudste bedijkingen in Zeeland. Reeds in het begin van de elfde eeuw had de bedijking van Sabbinge plaats. In 1334 ging een deel van deze polder door een stormvloed verloren. Ruim vijfentwintig jaar later kregen Janna van Sabbinge en haar familie vergunning om hun verloren gronden te herdijken, met dien verstande, dat de inpoldering voor SintMaarten (11 november 1359) gereed moest zijn, waardoor de Zuiderlandpolder tot stand kwam. Een gedeelte van de Westerlandpolder werd in de vijftiende eeuw herdijkt, HeIaas heeft deze polder erg veel te lijden gehad van het water. Een vijftal overstromingen, waarvan de vierde de bekende Allerheiligenvloed op 1 november 1570 was, hebben de polder lange tijd onder water gehouden. In 1665 werd de bedijking opnieuw uitgevoerd, doch bij de stormvloed van 26 januari 1682 liep de polder voor de vijfde keer onder water.

Ten zuiden en ten westen van de Oosterlandpolder liggen de Nieuw-Sabbingepolder, de Schengepolder, de Breeder- en Zusterpolder, de Heerenpolder en de Perponcherpolder. In 1692 kwam de Nieuw-Sabbingepolder tot stand. Deze polder heeft niet aIleen van overstromingen te lijden gehad, maar ook de verschillende dijkvallen hebben aan deze polder veel

schade berokkend. Langs de noordzijde van deze polder was de stroomgeul, de Schenge genaamd. In 1874 werd de Schengepolder bedijkt. Twintig jaar eerder kwam, in 1854, de Broeder- en Zusterpolder tot stand en in 1846 de Perponcherpolder. De naam Perponcher is een herinnering aan een oud Pools-Frans adellijk geslacht De Perponcher-Sedlnitsky, dat door huwelijk en koop in het bezit kwam van het grootste deel van de ambachtsheerlijkheid Wolphaartsdijk. Tot 1856 was de heer J.e. Kakebeke de eerste beheerder van deze polder. De Heerenpolder is een van de weinige polders geweest, die geen last hebben gehad van een overstroming door het zeewater. Nadat tot tweemaal toe octrooi werd uitgegeven tot inpoldering, werd in 1649 de bedijking voltooid. Ten oosten van Wolphaartsdijk liggen de Oost-Nieuwlandpolder, de Wilhelminapolder en nog enkele poldertjes, onder andere de Oost-Bevelandpolder en de Goesche polder. In 1597 kreeg de burgemeester van Goes, Cornelis Brouwer, octrooi (vergunning) tot bedijking van het westelijk deel van de Hongersdijkse schorren, zodat in dat jaar de Oost-Nieuwlandpolder ontstond. Tijdens de bekende stormvloed van 14 januari 1808 vloeide deze polder in en ontstond er erg veel schade. Zeer bekend is wei de Wilhelminapolder, gelegen tussen Wolphaartsdijk en Wilhelminadorp, die vroeger een andere naam had, namelijk de Lodewijkpolder. De schorren, waaruit de Wilhelminapolder is ontstaan, werden door de Staten van Zeeland verpacht voor het beweiden van schapen. Nadat men in het begin van het ontstaan van de Wilhelminapolder koolzaad had verbouwd, is het thans de polder waar diverse landbouwprodukten worden verbouwd, zoals tarwe, aardappelen, uien en suikerbieten, In 1959 bestond de Wilhelminapolder honderd vijftig jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum kreeg de "Maatschappij tussen eigenaren van gronden in de Wilhelminapolder en de Oost-Bevelandpolder" het predikaat "Koninklijke".

Naar aIle waarschijnlijkheid is de Goesche polder in 13 31

bedijkt. Hierover bestaat ech ter geen volledige zekerheid, omdat in genoemde polder al een zogenaamde vluchtberg aanwe zig was. Ten noorden van de Oosteriandpolder ligt nog een klein poldertje, de Zuidvlietpolder genaamd, die in 1856 werd bedijkt. Ten noorden van deze polder stroomt de Zuidvliet of Zandkreek, welke in het kader van de Deltawerken is afgesloten van het buitenwater. Thans heet deze afgesloten zeearm het Veerse Meer.

De naam van dit agrarisch dorp werd op verschiIIende manieren geschreven. Men kan dit constateren op de diverse plaatjes in het bockje. De oudste schrijfwijze is Wolfertsdijk, terwijl ook de volgende benamingen voorkornen: Wolfaartsdijk met in het midden een "f" en Wolphaartsdijk met de letters "ph". De laatste naam geldt thans als de officielc schrijfwijze. Tot de kern Wolphaartsdijk behoren de buurtschappen Oostkerke met de hoge stellingmolen "De Hoop" en Oud-Sabbinge met het gerestaureerde kasteel "Het Hoge Huis" en de oude mo1enromp van molenaar Kleinepier.

Het hoofdmiddel van bestaan in Wolphaartsdijk is de landbouw. 1ndustrie valt er niet waar te nemen, He1aas verdwijnt steeds meer en meer de Zuidbevelandse klederdracht. Het dorp telt drie kerken, namelijk die van de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Gemeente, waarvan de Hervormde Gemeente met elfhonderd achtentachtig 1eden de grootste is. De Gereformeerde Gemeente telt ongeveer driehonderd vijftien leden, terwijl de Gereformeerde Kerk de kleinste is met driehonderd een leden. De hervormden en gereformeerden houden de laatste jaren gemeenschappelijke kerkdiensten in e1kaars kerkgebouw. Vooral de plaatselijke hervormde predikant, dominee P. van Die, is een vurig voorstander van deze gezamenlijke kerkdiensten.

Het verenigingsleven van de Hervormde Kerk had een bloeiperiode die zijn weerga niet kende. Helaas zijn diverse kerkelijke verenigingen door gebrek aan belangstelling opgeheven.

Aileen de hervormde vrouwenvereniging "Bid en Werk" heeft het tot nu toe volgehouden! Het kerkbezoek is over het algemeen goed te noernen, al loopt het wei wat terug, zoals dat op vele plaatsen helaas het geval is.

Verder zijn er drie scholen, namelijk de christelijk nationale school, de open bare lagere school en de school van de Gereformeerde Gemeente. Deze drie basisscholen, zoals men die thans aanduidt, verkeren in een uitstekende staat. Ook de sport heeft een veer moeten laten. Naast een uitstekend spelend voetbalteam was er een korfbalclub, die wegens onvoldoende belangstelling moest worden opgeheven. Op cultureel gebied mag Wolphaartsdijk er zijn. De muziekvereniging "Advendo" heeft al menig nummertje ten beste gegeven. Helaas is de zangvereniging "Looft den Heer" ontbonden. In de Gereformeerde Gemeente is er momentee1 nog een zangkoor, dat onder leiding staat van orgelbouwer A. Nijsse uit Goes.

Een bijzonderheid mag weI de korenmolen "De Hoop" worden genoemd. Deze molen is nog volledig in gebruik. Het is dan ook voor molenaar J. de Visser een lust om dit werk te doen.

Het wapen van Wolphaartsdijk dateert van 31 juli 1817: in goud een rode griffioen, worstelend op een zee. Golvend gedwarsbalkt van zes stukken in groen en zilver. Reeds in de zestiende eeuw voerde het waters chap van die naam dit wapen. Men zou het een sprekend wapen kunnen noemen, analoog ontstaan als het provinciale wapen: een varende of zwemmende wolf.

Ten slotte willen we allen, inzonderheid de heer C.P. Pols uit Zierikzee, die ons oude kaarten en/of foto's in bruikleen afstonden en informaties gaven, hiervoor hartelijk dankzeggen. Het was ons een vreugde in Wolphaartsdijk, met zijn vriendelijke en gastvrije bevo1king, te vertoeven. Moge dit boekje er toe bijdragen om al het oude dat is verdwenen in de herinnering te laten voortleven!

1. Met een variant op de witte hervormde kerkjes van Aalst, Gasselte, Heilo, Noordwijkerhout en meerdere kerken met deze kleur, zou men kunnen spreken van .Jiet witte kerkje van Wolphaartsdijk". Deze neg entiende-eeuwse kerk is een gepleisterd gebouw, geheel in wit en blauw uitgevoerd, met ecn zogenaamde fronttoren. De voorhal van de kerk wordt bekroond door een vierkante toren waarin een in 1574 door Johan de Buret gegoten klok hangt. De consistoriekamer is achtkantig. Rechts van de zuidelijke ingang (de kerk heeft er drie, narnelijk een onder de toren en twee zijingangen) ontwaren we de eerste steen met het vo1gende opschrift:

D.O.M.

De eerste steen is ge1egd door

Egbert Petrus Lenshoek oud 2 jaren en 4 maanden 13 mei 1861.

Kerkbestuur W. Kluever Predikant.

Mr. c.r. Lenshoek Seer.: en Ontv.

J. de Back Pres.

P. van Sabben

A. van Strien c.z.

P. Mieras.

P. Kooman.

J. Tolhoek. M.z.

De letters D.O.M. zijn een Latijnse afkorting van de woorden Deo Optimo Maximo. Dit betekent: "Aan den besten en hoogsten God". (Meestal is dit een opschrift op de eerste steen van kerken.) Deze kerk is gebouwd in byzantijnse stijl, de zogenaamde "rondboogstijl", met rondboogramen.

Ned. l terv. Kerk,

WOLPJ /II/I R I SO/JK

l)olfe~tsdiik, Ned. Xeru. Kerk

2. We gaan thans een kijkje nemen in de kerk. We zien hier een oude opname, van omstreeks 1900, van het interieur van de hervormde kerk van Wolphaartsdijk. Let op de schrijfwijze van de plaatsnaam "Wolfertsdijk". Veel is inmiddels veranderd. Zo zien we op de bank en nog verschillende kussens. Thans zijn deze aIle van dezelfde stof en kleur. De armaturen hadden petroleumlampen, die voor de verlichting zorgden. De kansel is van fraai mahoniehout, waarin een zestal van deze houtsoort is verwerkt, waardoor deze preekstoel een bijzondere aantrekkelijkheid heeft. Een unicum in zijn soort. Aan weerszijden van deze prachtige kansel ontwaren we twee deuren, waardoor men, via een trap, de galerij kan bereiken. Via een tweede trap komen we op de orgelgalerij, waar een fraai Van Damorgel uit 1907, afkomstig uit Leeuwarden, voor de begeleiding van de gemeentezang zorgt. In het begin van de jaren vijftig, tijdens de ambtsperiode van dominee H.J. Ponsteen, werd dit orgel door orgelbouwer A. Nijsse uit Oud-Sabbinge gerestaureerd. Duidelijk is onder de kansel de katheder van de voorlezer nog ziehtbaar. De kerk telt zeshonderd vijfentwintig zitplaatsen, verdeeld over het middens chip met de zijbochten en de galerij. In het zuidelijk kerkportaal lezen we het volgende gedicht, dat wel erg toepasselijk is:

Rust hier, gij blijdenl droeven!

Met al uw vreugd en kruis; Waar kan men beter toeven, Dan in des Heeren huis!

3. Links: een van de predikanten die lange tijd de Hervormde Gemeente van Wolphaartsdijk heeft gediend is wei dominee Francois Izzn. Hij werd op 12 juli 1834 te Sint-Maartensdijk geboren. Na zijn theologische stu die werd de heer Hage op 3 augustus 1859 door het provinciaal kerkbestuur van Overijssel toegelaten tot predikant van de Hervormde Kerk. Hij diende slechts enkele gemeenten en wei, van 1859 tot 1862, Kage (classis Leiden), van 1862 tot 1864 de gemeente van Nieuw Loosdrecht en van 1864 tot aan zijn emeritaat op 14 oktober 1900 de Hervormde Gemeente van Wolphaartsdijk. In 1859 huwde hij met mejuffrouw Alina Was. Dominee Hage was een eenvoudig prcdiker; een kind kon hem begrijpen.

Rechts: zijn opvolger was dominee Aart de Visser, gekomen van Harlingen in 1901. Hij was geleerder en zijn predikaties waren doorspekt met theologische termen. In 1905 vertrok hij naar Groningen.

WOLFAARTSDIJK

4. Een opname uit 1907 van de Dorpsstraat in Wolphaartsdijk. Let op de schrijfwijze van de plaatsnaam "Wolfaartsdijk" met een "f' en van het woord "Dorpstraat" met een letter "s". Een groepje volwassenen en kinderen was van de partij toen de fotograaf een kiekje maakte. Enkele bewoners zijn hier nog in de Zuidbevelandse klederdracht, hoewel de jeugdige meisjes al in burger zijn gekleed, De grote hoeden en de lange jurken waren voor die tijd erg modern. Het ijzeren hek vormde de afsluiting tussen het schoolplein van de open bare lagere school en de straat. Zowel de school als dit hek zijn inmiddels verdwenen. Op de achtergrond staat de hervorrnde kerk met links daarvoor de oude hervormde pastorie, die tijdens de arnbtsperiode van dominee 1.K.F. Mantz door de huidige pastorie werd vervangen. Dominee Mantz was van 22 februari 1920 tot 21 juli 1929 predikant van de Hervormde Gemeente van Wolphaartsdijk. In 1920 werd de nieuwe pastorie gebouwd.

5. Tijdens de ambtsperiode van dominee A. de Visser, die slechts drie-en-een-half jaar de Hervormde Gemeente van Wolphaartsdijk heeft gediend (van 1901 tot 1905), werd een foto gemaakt van de hervormde meisjesvereniging "Bid en Werk". Dit is een van de oudste opnamen van deze meisjesvereniging. Op de achtergrond ontwaren we de openbare lagere school, die in de tweede wereldoorlog door brand werd verwoest. Op de bovenste rij staan ons aan te kijken, van links naar rechts: Jannetje Reijnhoud, Tine van der Linde, Janna Koster, Stoffelien Koster, Marie Vleugel, Adriana Zandee, San Koster en Lena Gene. Vooraan zitten: Jacornina Mieras, Stoffelien Rooze, Betje Reijnhoud, Pieternella Slabbecoorn, mevrouw A. de Visser (echtgenote van de hervormde predikant), Mientje Meeuwse, Johanna van der Linde (dochter van het hoofd van de openbare lagere school uit Oud-Sabbinge, Johannes Willem van der Linde) en Johanna Polderman. Slechts twee dames dragen burgerkleding, terwijl de rest is gekleed in de Zuidbevelandse klederdracht, waarvan er drie rouwkleren dragen. Let op de lange burgerkleding van de beide dames, die in die tijd nog niet erg vee I werd gedragen.

6. Omstreeks de eeuwwisseling poseerde het doktersechtpaar Laport uit Wolphaartsdijk voor de fotograaf in hun tuin achter de dokterswoning. Links zit mevrouw Laport en rechts kijkt dokter Laport ons aan. Als deze dokter zijn patienten bezocht, gebeurde het nogal eens dat vooral de kleine kinderen bang waren, niet zo zeer van de arts zelf, maar van zijn grote baard. Maar dokter Laport had er slag van om de bange kinderen al gauw gerust te stellen. Op de foto zien we dat de thee is gezet. Let speciaal op de ouderwetse kleding!

Dorpstraat. -

Drukkerii Va~ der PeUl - Ierseke.

7. Hier kijken we in de Dorpsstraat van Wolphaartsdijk. De opname werd in het begin van deze eeuw gemaakt. De boom met het houten hek is in de loop der jaren verdwenen. Links woonde bakker Jacob Verboom, terwijl verderop het hoofd van de openbare lagere school, de heer P. Noom, zijn woning had. Verder zien we het oude gemeentehuis, dat thans dienst doet als gyrnnastieklokaal, en daarachter was de bakkerij van Noordhoek. Rechts zien we, met kruiwagen voor het huis, de smederij van de familie Platteeuw (vader Piet en zoon Johan), het grote doktershuis, waarin onder anderen hebben gewoond de artsen Wessel, Pruininger (later verbonden als arts aan "Vrederust" in Bergen op Zoom) en Meijningen, het huis van de gezusters Van de Kreke en de gereformeerde pastorie, waarin onder anderen dominee G. de Jager (van 4 december 1910 tot 21 juni 1918) nog heeft gewoond. De meisjes in hun Zuidbevelandse klederdracht zijn waarschijnlijk naar het land geweest om tarwe of een andere graansoort te rapen (zogenaamde raaptarwe). Het meisje met een zak tarwearen op haar rug is Betje Zuurveld, die later naar Canada is vertrokken. Wanneer men op het land ging werken, deden de vrouwen en meisjes de grote muts af en droegen ze een grote zwarte veldhoed, die bescherming bood tegen de felle zon. Het komt nog sporadisch voor dat oudere vrouwen zo'n veldhoed dragen. Op de achtergrond zien we de toren van de hervormde kerk in de steigers, waarschijnlijk voor een opknapbeurt.

8. Voor de openbare lagere school te Wolphaartsdijk staan de onderwijzers en leerlingen opgesteld voor de foto, die in 1910 werd gemaakt. Het grootste gedeelte van de meisjes draagt nog de Zuidbevelandse klederdracht. Op de bovenste rij poseren, van links naar reehts: Tonnie Koert, Ko Kloosterman, Keesje Kloosterman (tijdens de ramp in 1953 verdronken), Jan van Strien (later naar Amerika vertrokken), Pauwtje Oele, Janus Knuit, Keesje Polderdijk en Jaapje Eggebeen. Op de tweede rij kijken ons aan:

Jaantje Dingernanse, Jo Noteboom, Koba van Zweeden, Jaantje Dronkers, Trui Verstelle, Keetje van Noort, J annetje Over be eke en Keetje Kooman. Op de derde rij zien we het hoofd der school, Adriaan van der Linde, dan Sien Dingernanse, Dina Kole (haar moeder had geen tijd om haar in de Zuidbevelandse draeht aan te kleden), Kaatje Kaboord, Keetje van Damme, Koba van der Linde, Janna Verstelle, Janna Thorenaar, Jaantje Meeuwse en meester P. Noom. Vooraan zitten: Johanna Gelok, Sien van de Berge en Jannetje Eggebeen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek