Wolphaartsdijk in oude ansichten deel 2

Wolphaartsdijk in oude ansichten deel 2

Auteur
:   A.J. Barth en A. Katsman
Gemeente
:   Goes
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5753-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Wolphaartsdijk in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Tot 1809 was Wolphaartsdijk een eiland tussen ZuidBeveland, Noord-Beveland en Walcheren. Zuidelijk en oostelijk van het eiland stroomde de Schenge, ten noorden ervan de Zandkreek en ten westen Het Sloe. In vroeger tijden telde het eiland in ieder geval drie ambachten, namelijk Westkerke, Sabbinge en Oostkerke. Een vierde arnbacht, Hongersdijk, liet nauwelijks sporen achter. Het is niet onmogelijk dat deze ambachten van oorsprong aparte eilandjes waren, die als gevolg van bedijkingswerkzaamheden met elkaar verbonden werden, waarvan dan Oud-Sabbinge het oudste is. Hoe oud ze zijn, valt niet met zekerheid te zeggen. In 1134 richtte de stormvloed van dat jaar niet aIleen grote schade aan op ZuidBeveland, maar ook op Wolphaartsdijk. In 1147 stond het kapittel van St. Pieter aan Dodijn en Boudijn van Schenge de gehele tiend van het eiland in erfpacht af. De naam Wolphaartsdijk is dan al bekend. In verband met de betaling van de jaarlijkse pachtsom werd een aparte bepaling opgenomen voor het geval het land nog eens zou overstromen. Kennelijk nam men die op, met de inundatie van 1134 nog vers in het geheugen. Deze oorkonde bevat waarschijnlijk de eerste verpachting van de Wolphaartsdijkse tienden na 1134 en maakt duidelijk dat het eiland zich van de toen opgelopen schade had hersteld. Tot in deze eeuw was er sprake van een strijd tegen het water. Stormvloeden leidden tot inundatie van polderland, dat daarna op de zee moest worden terugveroverd. Maar ook werd nieuw land gewonnen. Metis Stoke schrijft in zijn rijmkroniek over de stormvloed in de winter van 1287 op 1288:

Al Zeelant verdranc sekerlike Sander Walchren en Wolfaertsdike.

Bleef Wolphaartsdijk bij deze stormvloed gespaard, het ver-

ging het eiland veel slechter bij de vloeden van 1304 en 1334. Bij de laatste verdween Oostkerke onder water, maar dat werd weer drooggelegd. In 1377 verdween Westkerke geheel van de kaart als gevolg van een overstroming. Ook de Allerheiligenvloed van 1570 bracht grote schade aan het eiland. Het meest recent is de overstroming van 1953, waarbij het dorp Wolphaartsdijk onder water kwam te staan. Als gevolg daarvan kwam het Deltaplan tot ontwikkeling. In 1960 legde men voor een paar miljoen de Zandkreekdam, die in 1961 werd gevolgd door de Veerse Gatdam. Het Veerse Meer ontstond. Daardoor week het overstromingsgevaar definitief voor Wolphaartsdijk.

De zee gaf ook in ruime mate. Zowel aan de oostelijke zijde als aan de westelijke en zuidelijke onstonden in de loop der eeuwen schorgronden, waarop schapen geweid konden worden. Toen de getijdewerking deze voldoende hoog had gemaakt, kwamen ze in aanmerking voor inpoldering. Zo ontstonden in de loop der eeuwen de tot Wolphaartsdijk behorende polders. In 1809 kreeg het eiland een verbinding met Zuid-Beveland door de inpoldering van de huidige Wilhelminapolder. In de loop van de negentiende eeuw volgden toen nog de Schengepolders en kreeg het gebied rondom Wolphaartsdijk zijn huidige vorm.

Zoals al is gezegd, is Oud-Sabbinge het oudste deel van Wolphaartsdijk. Namen, eindigend op ,,-inge" behoren tot de oudste van Zuid-Beveland. De stichting van dergelijke plaatsen, zoals ook Kloetinge en Werneldinge, valt te dateren rond de negende en tiende eeuw. Archeologisch onderzoek bevestigt dat. Waaraan Oud-Sabbinge, dat ook nu nog ,,'t Ouwe land" wordt genoemd, zijn naam ontleent, is onbekend. De uitgang ,,-inge" kan duiden op een waternaam. Het kan ook betekenen

"collectiviteit van de lieden van Sabbe", waarbij Sabbe dan een persoonsnaam is. De parochie wordt in een oorkonde van 1216 genoemd. De naam van de kerkpatroon is niet bekend. Het adellijke geslacht (van) Sabbinge is eigenaar van de heerlijkheid, al speelt ook het geslacht van de Van Schenges een rol. Het dorp had in de dertiende eeuw een kasteel, waarvan de resten vandaag de dag nog bekend staan als ,,'t Hoge Huis", In Oostkerke (het huidige dorp Wolphaartsdijk) had den de heren Van Oostkerke het voor het zeggen en in Westkerke het geslacht Van der Muden. Ook Westkerke kende een kasteel, nl. Muden of De Piet. De laatste naam heeft waarschijnlijk te rna ken met het kapittel van St. Pieter te Utrecht, dat in oude tijden eigenaar van het ambacht was.

Het huwelijk in 1457 van ene jonkvrouw van Sabbinge met Wolfert van Cats, bijgenaamd de rijke heervan Wolfaartsdijk, leidde tot de vereniging van de ambachten Sabbinge en Oostkerke.

In de zestiende eeuw kwam de ambachtsheerlijkheid in het bezit van de familie Van Watervliet, waarna het door huwelijk en koop eigendom werd van de familie De PerponcherSedlnitzky. Aan het eind van de negentiende eeuw kwamen aile ambachtsheerlijke rechten te vervallen. Het dorpsbestuur werd gevormd door schout en schepenen, die hun benoeming ontvingen van de ambachtsheren. Zij waren belast met het bestuur en de rechtsspraak in civiele zaken. Voor de criminele rechtsspraak moest men naar Middelburg. In de Franse tijd maakten "burgers", onder het mom van vrijheid, gelijkheid en broederschap, de dienst uit. Na de Franse tijd vormden schout en assessoren, later burgemeester en assessoren, en met ingang van 1851 burgemeester en wethouders het dagelijks bestuur van de gemeente. Als hoofd van de gemeente fungeert dan de gemeenteraad, gekozen door de inwoners. Per 1 januari 1970

maakt Wolphaartsdijk, als gevolg van de herindeling op ZuidBeveland, deel uit van de gemeente Goes.

Van oudsher stond de plaatselijke economie in het teken van de landbouw. Daarnaast was er de middenstand, met niet aileen bakkers en kleermakers, maar ook met wagenmakers en smeden die het belang van de agrarische sector onderstreepten. In een nieuw-ingedijkte polder was koolzaad doorgaans het eerste gewas dat geplant en geoogst werd, maar verder teelde men in Wolphaartsdijk aile gewassen. Tot aan het eind van de negentiende eeuw maakte meekrap daarvan een belangrijk bestanddeel uit. In 1870 bouwde men zelfs een meestoof, die in 1878 weer ter ziele ging, omdat het bereiden van verfstoffen langs chemische weg goedkoper was geworden. Tot op heden is de landbouw voor Wolphaartsdijk zeer belangrijk. Het (dag)toerisme is sinds de totstandkoming van het Veerse Meer ook van veel belang. Tot het grondgebied van Wolphaartsdijk behoren de recreatiegebieden Schelphoek en De Piet voor dagtoeristen. Er is een bungalowpark en er zijn drie campings. Wolphaartsdijk kent voorts nog enkele wat grotere bedrijven.

Alhoewel de recreatieve druk op Wolphaartsdijk in de zomer groot is, kent het voormalige eiland gelukkig nog voldoende stiltegebieden, waarin het in ieder geval aangenaam fietsen is. Vele dijken of delen daarvan zijn inmiddels bezit van de stichting Het Zeeuwse Landschap, dat zorgt voor de instandhouding van de voor Zuid-Beveland typerende dijkflora, waaronder de wilde marjolein, aardaker, moeslook en kruisdistel.

De Westerschenge ligt nogal geisoleerd in grootschalig polderland. Op slechts enkele plaatsen grenst deze kreek aan de openbare weg. Dit gebied is rijk aan broedende vogels, waaronder de bruine kiekendief , de kleine karekiet en de rietzan-

ger. 's Winters verblijven er rietganzen en kleine zwanen. In dit gebied bloeien onder meer de bijenorchis en de moeraswespenorchis. Het is gebaat bij rust.

Ten zuiden van Wolphaartsdijk ligt de Weel in de Heerenpolder. De oude kreekloop is in het landschap goed herkenbaar. Het hele j aar door verblijven er veel watervogels, zoals de fuut, de tafeleend en de kuifeend. Ook grutto's, kluten en kemphaantjes komen er voor. De weilanden, die eigendom zijn van de Stichting Het Zeeuwse Landschap, worden niet bemest. Daardoor is er een rijke plantengroei aanwezig.

Ook noemen wij het Veerse Meer, alwaarin de wintertijd zeer veel vogels verblijf houden. Hier en daar liggen recreatie- en natuurgebieden wei heel erg dicht bij elkaar. Tussen de recreatieterreinen De Piet en Schelphoek ligt een natuurgcbied. 's Zomers lijkt de druk van deze terreinen op dat natuurgebied wei heel erg groot.

Er is niet veel bekend over de Wolphaartsdijkse kerkgeschiedenis van voor de Reformatie. Uit een testament van Pieter van Leyden, kanunnik van St. Pieter te Utrecht, weten we dat in 1316 Jan Rutgers priester te Westkerke was. Wanneer de Reformatie doorbrak, weten we evenmin. Wei is bekend dat de Geuzen in 1572 op krachtige wijze huishielden. Aile belangrijke ingezetenen vluchtten. De kerk te Oud-Sabbinge werd grondig vernield, zodanig dat deze nadien nimmer voor de protestantse eredienst zou worden gebruikt. In 1806 sloopte men de restanten. In Oostkerke hielden de Geuzen eveneens huis, al werd hier de kerk wat minder hardhandig aangepakt. Dit Godshuis nam men als protestants kerkgebouw in gebruik. In 1582 was Jan de Crekele de eerste Wolphaartsdijkse predikant. Tijdens het pastoraat van dominee J. Ab Utrecht Dresselhuis kwam het in 1837 tot afscheiding van de Hervormde Kerk in

Wolphaartsdijk. Na het bezoek van dominee H.J. Budding verliet een aantallidmaten Dresselhuis' gemeente en sloot zich aan bij de Christelijke Afgescheiden Gemeente van Goes. In 1839 was het aantal voldoende om een aparte Wolphaartsdijkse gemeente te institueren. Deze gemeente leeft thans voort als Gereformeerde Kerk. De derde kerkelijke gemeente van Wolphaartsdijk, de Gereformeerde Gemeente, is van jonger datum. In 1912 werd deze gemeente gesticht. Thans, in 1993, zijn Hervormde Gemeente en Gereformeerde Kerk samen op weg.

Wie naar Wolphaartsdijk en Oud-Sabbinge komt om pittoreske trapgeveltjes te bekijken, komt bedrogen uit, maar toch tellen beide kernen voldoende markante gebouwen om een rondwandeling tot een genoegen te maken. Te denken valt aan de in neobyzantijnse stijl gebouwde hervormde kerk, het dorpshuis "De Griffioen", korenmolen "De Hoop", oude boerderijen enzovoorts. En let u eens op kleine monumentjes, zoals de makelaars op boerenschuren, levensbomen boven de voordeuren en fraai uitgevoerde muurankers in de gevels. Al deze zaken maken dat het goed toeven is op het voormalige eiland Wolphaartsdijk.

In dit boekje nemen wij u mee op een rondreis door het verleden. Voor de ouderen onder ons zal het voornamelijk gaan om de herkenning van wat was en wat voorbijgegaan is. Wij hopen dat het voor de jongeren vooral een boeiende ontdekkingsreis is.

A.J. Barth A. Katsman

1. Luchtfoto van Oud-Sabbinge in de jaren zestig. Duidelijk zichtbaar zijn de Ring en bovenin links de Prins Bernhardstraat of, in de volksmond ,,'t Slop". Op het plein staat nog de openbare lagere school, met links daarvan de Vate, een drinkvijver voor het vee annex reservoir van bluswater bij brand. Oud-Sabbinge is een fraai voorbeeld van een ringdorp, met de kerk in het midden. De relatief grote kerk is in 1572 zodanig beschadigd door de Geuzen, dat er daarna nooit meer kerk is gehouden. De resten van de kerk en de toren werden in 1806 gesloopt. Op het vrijkomende terrein bouwde men in 1878 de openbare lagere school, die in 1976 onder de slopershamer vie!. Tijdens deze sloop legde men de fundamenten van de kerk bloot. Deze metselde men op tot circa 50 em boven het maaiveld. Toen viel op hoe monumentaal groot de kerk - binnenwerks 8 x 30 meter - is geweest voor zo'n bescheiden dorp.

._---

2. Een gedeelte van de Ring te Oud-Sabbinge, circa 1910. Achter de bomen was het cafe van Riekus Rooze te vinden. Thans is dat een dubbele woning. Daarnaast was de timmermanswerkplaats en woning van Van der Putte, later een rnini-, Winkel van Sinkel" van de familie Luikenaar, thans geheel vernieuwd. De woning met een aantal mensen ervoor is in de jaren twintig gesloopt, om de inrit naar 't Slop, de huidige Prins Bernhardstraat, te verbreden. Tot die tijd was die amper 2,50 meter breed.

3. Het voetbalteam van de openbare lagere school te Oud-Sabbinge. Elke school had in de jaren vijftig een eigen team. Op koninginnedagen hield men toernooien van aIle scholen. Op deze foto van 30 april 1956 staan, op de achterste rij, van links naar rechts: Henk lanse, Dig Vleugel, Wim Wisselink, Bram van Strien, Ko Bosschaart en het hoofd van de school L. Pieterse. Daarvoor: Maarten Janse, Wim Muller, David Tavenier, (met bal) Chris Reierse, Rinus Lindenbergh en Ko Arebout, De heer Pie terse was in Oud-Sabbinge het laatste schoolhoofd. De school werd in 1973 definitief gesloten.

OUD

SABBINGE

HET HOOGE HUIS

4. In 1930 is het Hoge Huis aan de Zandweg te Oud-Sabbinge maar een schamele rest van het eens zo trotse kasteel. Daarachter arbeiderswoninkjes aan de Oudelandseweg. De laatste bewoners voor de restauratie waren de familie D. Hannewijk-Hoebeke. In de jaren zestig kocht het gemeentebestuur het Hoge Hills voor een gulden. Het herkreeg zijn kasteelachtig uiterlijk door toedoen van C.H. van Dam, een Rotterdams industrieel, die geruime tijd het pand zou bewonen.

ZEF:IJAND

f{et Slop Gud >abbin~e

5. De Prins Bernhardstraat te Oud-Sabbinge rond 1910. De naam van deze straat in de volksmond is 't Slop. Deze naam is aI enkele eeuwen bekend. De oudst aangetroffen vermelding is van 1691. Eeuwenlang is het niet meer dan een zandpad geweest, dat uitmondde op de Ring. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw kwam er bebouwing. In deze eeuw werd er bestrating aangebracht. De dubbele woning vanaf de fiets gerekend is in de jaren zestig gesloopt, om plaats te maken voor het bedrijfsterrein van Joh. Snoep. De woning met het uithangbordaan de muur (rechts) deed dienst als cafe van Arjaan Dalebout. Later heeft Dalebout het pand wat hoger op laten trekken. In 1935 werd het cafe gesloten. Het werd gekocht door Joh. Snoep, die enkele jaren daarvoor een transportbedrijf was begonnen. Marien Snoep Johzn. oefent er dat bedrijf nog steeds uit.

6. Molen "De Haas" te Oud-Sabbinge. Op 19 april 1928 kraaide de rode haan voor deze molen. De wieken, de omloop en het binnenwerk werden een prooi van de vlammen. De hier afgebeelde foto werd na het herste! gemaakt. Op het bordes staat molenaar Kees van Oeveren, met naast hem dochter Jo. In het vrachtwagentje molenaarsknecht Maarten Viergever. Na de brand werd gemaJen met gebruik van een reeds eerder geplaatste motor, die in een ruimte naast de molen stond. Daarvoor deed deze motor aileen dienst bij windstil weer.

..

7. Een beeld vanaf de Oudelandsedij k, omstreeks 1930. We zien de weegbrug en het station. Vanaf 1927 heeft er gedurende een aantal jaar een spoorverbinding bestaan tussen het Wolphaartsdijkse veer en Goes. Voor een deel maakte deze tramweg gebruik van de hoofdspoorverbinding Goes-Middelburg. Bij Terlucht te 's Heer Arendskerke was de aftakking naar Wolphaartsdijk. Het personenvervoer had echter niet veel te betekenen, mede omdat het station te ver van de dorpskom was gelegen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de lijn door de bezetter opgeruimd. Omstreeks 1965 sloopte men het stationsgebouw, dat plaatsmaakte voor de ijzervlechterij van de gebroeders F1ipse, thans het Staalcentrum Zeeland van Van Wijnen op het industrieterrein.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek