Zeist in oude ansichten deel 1

Zeist in oude ansichten deel 1

Auteur
:   mr. H.L.L. van Hoogenhuijze en W. Grapendaal
Gemeente
:   Zeist
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1765-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Zeist in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

TENGELEIDE

Ter plaatse waar eens het water van de Rijn het zand van de heuvelrug raakte, is al zeer vroeg de nederzetting ontstaan die sinds onheugelijke tijden Seyst heet. Door onderzoekingen is komen vast te staan, dat de Rijn oorspronkelijk niet zijn loop had zoals thans de Kromme Rijn, doch dat de rivier met een brede bocht enige kilometers noordelijker liep en het dorp Zeist passeerde tussen het tegenwoordige Slot en de dorpstraten.

Omtrent de betekenis van de naam Zeist bestaat geen zekerheid. Deze lOU hetzij met de bodemgesteldheid, hetzij met de aardrijkskundige ligging kunnen samenhangen.

Het gebied waar ons dorp ligt, had in oude tijden bijzondere aantrekkelijkheid voor vestiging, gelegen als het was tussen hoge, droge gronden, geschikt om te wonen, en lage, veel vruchtbaarder gronden, aangewezen voor de uitoefening van het landbouwbedrijf. Dat al in de voor-germaanse tijd hier een nederzetting moet zijn geweest kan worden afgeleid uit de aanwezigheid van de merkwaardige hoogte, waarop de kerk aan de Utrechtse weg is gebouwd, waarin overblijfselen zijn gevonden van een hunnebedachtig bouwsel met stenen, waaronder enkele van zeer grote afmetingen die van eeuwen voor het begin van onze jaartelling moe ten dateren. Bij het slopen in 1841 van de

toenrnalige kerk zijn verscheidene van die enorme stenen te voorschijn gekomen. Een van die toen uit de bodem van de kerkhoogte opgehaalde stenen is later neergelegd bij de oprijlaan van "Pavia" aan de Amhemse Bovenweg, doch nadien gelukkig weer teruggebracht naar het terrein, waar hij vandaan was gekomen. Ter zijde van de kerk heeft deze steen als herinnering aan de vroegste tijden van de Zeister samenleving nu een waardige plaats gekregen.

Vanaf de oudste tijden heeft Zeist een agrarische bevolking gehad. Een onderzoek in 1952 leidde tot de conclnsie dat Zeist een eschdorp is geweest. Nog is in de opvallende ronde loop van verschillende oude wegen, b.v. Kroostweg en Noordweg, de ligging der oude esschen te herkennen.

Op een kaart van 1857 komt in dit gebied de naam "eng" nog voor.

Rondom de esschen lagen de boerenhoeven; in het lage land de weilanden. De schapen werden naar de hoge heidegronden gedreven. De zandwegen die daarheen leidden, werden alle met "steeg" aangeduid, welk woord immers is afgeleid van "stijgen". Zo waren er: de Blickenburgersteeg, de Molensteeg, de Breesteeg (thans Koppelweg).

Behalve een eschdorp mag Zeist ook een brinkdorp genoemd worden. Er moeten bij de uiteengelegen esschen verscheidene brinken gelegen hebben. Een ervan is nog aanwezig, n.l, de brink aan de Utrechtse

weg, ter plaatse waar de Kroostweg begint: een driehoekig plein, aan de korte zijde bebouwd en aan de langste zijde begrensd door het landgoed "de Brink". Door haar ligging moet Zeist al in oeroude tijden een plaats van betekenis zijn geweest. Immers, niet alleen lag zij aan de brede rivier de Rijn, maar ook liep de grote heerbaan tussen Keulen en Utrecht en verder naar het westen vlak langs Zeist. Die heerbaan volgde in of bij Zeist zijn weg over de wegen die thans bekend staan onder de namen: Arnhemse Bovenweg, Hogeweg en Oude Arnhemseweg.

Dus niet over de Dorpsstraat. Deze, al in de 14de eeuw .Zeisterstraat" geheten, had slechts lokale betekenis. De Driebergseweg, waarin de 2e Dorpsstraat thans overgaat, was nog in vrij late tijd slechts een kerkpad, waarlangs de Driebergse leden van de Zeister parochie ter kerke gingen. Pas in het begin van de 19de eeuw werd de weg van De Bilt naar Arnhem bestraat.

Hoewel van secundair belang was de Zeisterstraat al van ouds bestraat, gelijk de naam reeds zegt. Waarschijnlijk is, dat de Zeisterstraat aangelegd is als verharde kade langs de rivier, tengevolge waarvan aldaar aan de Rijnhaven of -kade een dorpskem is ontstaan naast de esschen, waar de boerenbevolking woonde Na de kerstening van deze streken in de vroege middeleeuwen (± 700 a 800 n. Chr.) moet de Zeister bevolking al spoedig een eigen parochie hebben ge-

vormd en een eigen kerk hebben gekregen. Met enkele andere plaatsen behoort Zeist tot de oudste plattelandsparochies van het Nedersticht.

Dat Zeist al zo vroeg een eigen kerk heeft gekregen zal samenhangen met de omstandigheid, dat hier al van ouds een heidens-godsdienstige gemeenschap bestond.

De kerkhoogte is de eeuwen door een heilige ding- of gerichtsplaats gebleven, waar ook volksvergaderingen werden gehouden en offers gebracht. Zij is al sinds de oudst bekende tijden een middelpunt geweest van het volksleven in wijde omtrek.

Dat de kerkhoogte ook in later tijden een centrale plaats in het Sticht heeft ingenomen mag hieruit blijken, dat de bisschoppen van Utrecht sedert deze teyens landsheeren van het Sticht waren geworden, hun wereldlijk gezag over het platte land van het Nedersticht in Zeist eigenhandig moesten inluiden. Als wereldlijk heer moest de bisschop zijn ambt aanvaarden door op zijn route naar Utrecht in Zeist de kerkklok te luiden, oorspronkelijk daarmede zijn onderzaten bijeenroepende om hem als landsheer te huldigen. Daarna volgde in de Domkerk te Utrecht zijn wijding tot geesteliik ambtsdrager.

Deze aanvankelijk heidense hoogte was de aangewezen plaats voor het bouwen van een Christelijke kerk. lo verrees aldaar een romaans kerkgebouw, dat in 1841

helaas is afgebroken en vervangen door de neo-gotische kerk die wij thans nog kennen.

Het dorp Zeist vindt men genoemd in een oorkonde van bisschop Alfrik, de bisschop van Utrecht, anna 838, waarbij het vruchtgebruik van goederen, o.m. in Seyst, werd verleend aan graaf Rotgarius. Ook later komt Seyst in ve1e oorkonden voor.

Hieruit blijkt, dat Zeist een oeroud dorp is; een der oudste van het Nedersticht.

Voor een plaats als Zeist, dat eeuwenlang maar een heel klein dorp is geweest, is het bijzonder merkwaardig, dat het bronnenmateriaal waarin Zeist vermeld staat, niet alleen overstelpend is doch tevens belangrijk genoeg gebleken om te worden uitgegeven. Omstreeks 1955 heeft de Raad van Beheer van de Van de Poll Stichting te Zeist (Stichting ter bevordering en verbreiding van de kennis omtrent de geschiedenis van Zeist) besloten tot het uitgeven van die brannen. Onder de titel: .Bronnen voor de geschiedenis van Zeist" zijn inmiddels twee lijvige delen verschenen, terwijl er nog enige zullen volgen. Betreffende oude steden komen dergelijke uitgaven meer voor, doch voor een aanvankelijk zo onaanzienlijk dorp als Zeist wordt deze uitgave als een unicum beschouwd. Om strategische redenen werd in de middeleeuwen - l2de eeuw - ook bij Zeist, gelegen als het was in de nabijheid van de Rijn, een slot gebouwd, waar het geslacht van Seyst zetelde. In 1164 wordt melding

gemaakt van een Godfried van Seyst, terwijl in een geschrift van 1243 Willem van Seyst wordt genoemd. Waar dit kasteel precies gestaan heeft is niet met zekerheid bekend. Nog in 1536 was het belangrijk genoeg om in dat jaar door de Staten van Utrecht als ridderhofstad erkend te worden. Nadien is het in verval geraakt.

In 1677 heeft de toenmalige eigenaar van het slot, Willem Adriaan Graaf van Nassau, k1einzoon van prins Maurits, de vervallen resten van de middeleeuwse burcht doen slopen en in de onmiddellijke omgeving het tegenwoordige slot laten bouwen: de vorstelijke conceptie van hoofdgebouw met zijvleugels en tuinen, schitterend aangelegd in de Franse Le Notre-stijl ter weerszijden van twee gezichtslanen, - een in noordoostelijke richting - de tegenwoordige Nassau Odijklaan en Siotlaan - en een in zuidwestelijke richting de Koelaan - (alles tot stand gekomen mede onder invloed van de prachtlievende neef van de bouwheer de stadhouder-koning Willem III, is tot op de huidige dag als vrijwel een unicum in den lande blijven bestaan en door de thans bijna voltooide prachtige restauratie van de gebouwen tot nieuwe luister gebracht.

Behalve het slot verrezen in de middeleeuwen in het gebied van Zeist nog twee versterkte Huizen, te weten: .Bllckenburg" en .Kersbergen", - beide later, in de 16de eeuw, als ridderhofstad erkend. Blickenburg, in zijn thans 19de eeuwse gedaante, is gebouwd vlak

bij de plaats, waar het oude kasteel gestaan heeft. Kersbergen is in 1934 tijdens de verkaveling van het landgoed gesloopt. Door het bouwen van het nieuwe slot en door de aanleg van zijn wijd vermaarde tuinen en bossen, die reikten tot ver voorbij het gebied, waar thans het station Zeist en de Verlengde Slotlaan zich bevinden, begon Zeist langzamerhand een ander aspect te krijgen.

Mede door de bebossing in de 18de en 19de eeuw van het Zeister grondgebied ten noorden van de "Zeisterstraat" steeg de aantrekkelijkheid en het aanzien van het oude dorp. In de .Zeisterstraat" werd omstreeks 1725 ter plaatse, waar tevoren een lakenververij had gestaan, het huis .Beek en Royen" gebouwd (thans 2e Dorpsstraat no.56), waartegenover een uitgestrekt boscomplex werd aangelegd, doorsneden ook weer door een gezichtslaan, de nog altijd bestaande .Laan van Beek en Royen", die zich uitstrekte tot aan de tegenwoordige begraafplaats, - een niet voor voertuigen bestemde boslaan.

Tengevolge van de bebossing van het gehele gebied, dat wij thans "de Utrechtse Heuvelrug" noemen, werd het in het begin van de 19de eeuw voor velen, die daartoe de middelen hadden en veelal elders hun hoofdverblijf, mode om daar een buitenplaats aan te leggen, zoals dat in de 17 de en 18de eeuw met "de Vecht" het geval geweest was.

Zo verrezen in Zeist de buitenplaatsen "Nuova",

.Dirschot", "Ma Retraite", .Veldheim", "Schaerweyde", "de Brink", .Beeklust", "Stenia", .Lornmerlust", "Hoog Beek en Royen", "Sparrenheuvel", .Jiet Molenbosch", "Schoonoord", "Klein Schoonoord" , .Heerewegen" , "de Breul", "Pavia", "Choisy", "Ten Bosch", .Dijnselburg".

Evenals de reeds genoemde huizen "Blickenburg" en .Kersbergen" zijn van oudere datum o.m. de verdwenen huizen .Veelzicht", dat gelegen heeft waar thans het Politiebureau staat, het oude "Wulperhorst" en .Rijnwijk", dat zich bevond aan het einde van de nog bestaande Laan van Rijnwijk, - zijlaan van de Driebergse weg ter hoogte van Nieuw Beerschoten.

De gehele streek tussen Utrecht en de Grebbe met haar vele toen bijzonder mooie dorpen en ontelbare fraaie buitenplaatsen werd een groot lustoord, dat in typisch 19de eeuws jargon "de Stichtsche Lustwarande" werd genoemd, met Zeist als de parel ervan. Helaas is deze lustwarande slechts een betrekkelijk kort leven beschoren geweest; immers, onze generatie heeft vooral in de laatste 35 jaren haar vrijwel geheel opgeruimd en wat er hier en daar nog van over is zal ook spoedig zijn verdwenen. Van een parel kan evenmin nog gesproken worden.

In de veertiger jaren van de 18de eeuw wordt het slot te Zeist door de Nassau's verkocht aan de Amsterdammer Cornelis Schellinger ten behoeve van de Hernhutter Broedergemeente. Ter plaatse waar eens

het fraaiste gedeelte van de grootse Le Notre-tuinaanleg was geweest werden toen het Broeder- en Zusterplein gebouwd in de stijl van de Amsterdamse grachtenhuizen, - een tot op de huidige dag uitermate fraai en hoogst belangwekkend gebouwencomplex, waar Zeist terecht trots op kan zijn.

De vestiging hier van de Evangelische Broedergemeente heeft de stoot gegeven tot de economische bloei van Zeist. Deze had in latere jaren een gestadige uitbrei ding van het oude dorp tengevolge. Zo werd de twee eeuwen oude Slotlaan bebouwd en kwamen er tram- en treinverbindingen met de omgeving. Er ontstonden nieuwe woonwijken. Omstreeks de eeuwwisseling werd de gehele wijk rand de Gasfabriek aangelegd. Onder de indruk van de Boerenoorlog werd dat gehele complex toen de "Transvaalwijk" gedoopt en werden de lanen genoemd naar de toen alom bekende Zuidafrikaansche presidenten Kruger en Steyn en de Boerengeneraals De la Rey, Botha, De Wet, Kritzinger Joubert, Minckelers en de luitenant Dr. H. J. Coster. Naast de oude bedrijven van de Broedergemeente met als belangrijkste Wees & Weiss kwam er ook enige industrie elders in het dorp, welke in omvang belangrijk zou toenemen. Tot het midden van deze eeuw bleef Zeist evenwel voornamelijk een villadorp. Successievelijk ontstonden bebouwingen rond Montaubanstraat, Voor- en Achterheuvel (Emmastraat), Oude Arnhemse weg, -- rand het omstreeks 1900 aan-

gelegde Wilhelminapark en in vele andere oudere gedeelten van Zeist, _.- totdat in de dertiger jaren van deze eeuw o.m. de grote villaparken KersbergenGriffensteyn, Lyceumkwartier enz. tot stand kwamen. Het bovenstaande heeft slechts schetsrnatig willen aangeven hoe Zeist van een kleine nederzetting, ontstaan in de grijze oudheid, is uitgegroeid tot een der grootste en belangrijkste dorpsgemeenschappen in het midden des lands.

Met haar buurtschappen Austerlitz, Huis ter Heide, Bosch en Duin en Den Dolder, die ieder op eigen wijze mede tot ontwikkeling zijn gekomen, heeft de gemeente Zeist thans een inwonertal van rond 56000. Voor het samenstellen van dit boekje konden wij behalve uit onze eigen collectie putten uit de verzamelingen van de Van de Poll Stichting te Zeist, van mevrouw Ruys -- Haitsma Mulier te Driebergen-Rijsenburg en uit die van de heren L. Visser, G. Vlug en W. van Ravenswaay te Zeist.

Voor aller medewerking ten deze betuigen wij hier gaarne onze dank.

Zeist, zomer 1968

Loop der bevolking:

1880 5965

1890 . . . . . . . . .. 7004

1900 8939

1910 13076

1920 17703

1930 24878

1968 55953

Plattegrond van de Gemeente Zeist

uit Kuipers Gemeente Atlas van 1867.

-,r .' .... L

M. J. Meijer had er nog bij moe ten zetten: " .... met de mooie plaatjes van de Slotbrug, het hotel en de kerk van de Broedergemeente".

9

Zeist.

!let ·Iot.

10

Toen de heerlijkheid Zeist en het Slot in 1677 in bezit kwamen van Willem Adriaan graaf van Nassau, heer van Odijk en Cortgene, liet de nieuwe eigenaar het Slot in zijn huidige vorm bouwen. Eerst verrezen de zijvleugels, daarna het hoofdgebouw. Prentbriefkaart van 1904.

Op deze prentbriefkaart van 1915 ziet men de Iinkervleuge1 van het Slot, zoals deze in de 19de eeuw werd gewijzigd. De oorspronkelijk niet overkapte verbindingen tussen het hoofdgebouw en de vleugels werden toen van een zadeldak voorzien. Bij de laatste restauratie (1960-1968) werden de vleugels en bedoelde verbindingen weer in hun oorspronkelijke staat teruggebracht.

II

12

Een gravure van N. Visscher naar D. Stoopendaal laat het monumentale hek ~ 17de eeuwse architectuur - zien, waarmee het voorplein van het Slot was afgesloten. Dit hek werd later afgebroken. Daarvoor in de plaats kwam, zoals de prentbriefkaart laat zien, een afsluiting van hardstenen palen met ijzeren stangen. Bij de laatste restauratie is de afsluiting van het voorplein weer in haar oude luister hersteld. Prentbriefkaart van 1918.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek