Zutphen in oude ansichten deel 1

Zutphen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:   Zutphen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2180-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Zutphen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

De opzet van dit werkje is, een beeld te geven van de ontwikkeling van de stad gedurende de periode 1875-1930 aan de hand van oude prentbriefkaarten. Aangezien deze kaarten pas omstreeks 1900 op grote schaal vervaardigd werden, was het noodzakelijk, voor de vroegere tijd ook op oude foto's terug te griipen, die in de verzameling van het Stedelijk Museum ruimschoots voorhanden waren, evenals prentbriefkaarten. Aile afbeeldingen, op twee na, zijn dan ook uit die verzameling afkomstig.

De volgorde van de foto's is niet willekeurig. Getracht is ze te rangschikken aan de hand van een wandeling door de stad. Zutphen kan men ruwweg in drie delen laten uiteenvallen, te weten de oude stad ten zuiden van de Berkel, de Nieuwstad ten noorden daarvan, alsmede de Spittaalstad aan de oostzijde, die voorlopig de laatste grote uitbreiding (vijftiende eeuw) was. Eerst na de opheffing van de vesting in 1874 kon de stad zich verder uitbreiden en ontstonden Deventerweg-, Emrnerikseweg- en Warnsveldsewegkwartier. Een industriestad is Zutphen nooit geweest en dat

verklaart de geringe hoeveelheid foto's van fabrieken en dergelijke. WeI was er in de vorige en het eerste deel van deze eeuw vrij veel garnizoen en hiervan is dan ook nogal wat opgenomen. De stad beleefde een opbloei in de vorige eeuw en hierdoor valt te verklaren, dat het stadsbee1d op vele plaatsen een negentiende-eeuws stempel opgedrukt kreeg.

De opheffing van de vesting had tot gevolg dat bijna aile stadspoorten werden afgebroken, voor zover deze al niet eerder waren verdwenen. De wallen werden geslecht en veranderd in plantsoenen of bouwterreinen. De singels herinneren hier nog aan. Het Sidneypark werd aangelegd op de Lunetten van Coehoom; de Enveloppe van Hooff is thans gehee1 door straten ingenomen. Prinsebolwerk en Alvabolwerk werden omgevormd tot het Vogelpark. De eerste grote veranderingen ontstonden met de aanleg van de spoorlijnen, die een deel van de noordelijke vestingwerken in beslag namen, alsmede met de aanleg van het Stationsplein, gepaard gaande met de geleidelijke verbetering van de toegang tot de stad. Hierbij werden

onder meer de Rozengracht verbreed en de Berkel overwelfd, waarbij helaas de schilderachtige watermolens afgebroken werden. Dit stadsgedeelte onderging naderhand nog meer wijzigingen, toen om verkeerstechnische redenen de Nieuwstad bij de Overwelving verbreed werd en de noordzijde van het Rijkenhage werd opgeruimd. Ook het Hagepoortplein werd hierdoor onherkenbaar veranderd. De Spittaalstad, die als uitbreiding in feite te ruim opgezet was, bleef lang een agrarisch karakter behouden, aangezien het terrein tussen Laarstraat en Spittaalstraat door boerderijtjes en tuinderijtjes ingenomen werd. Door de onmogelijkheid, buiten de vestingwallen uit te breiden, werd daze buurt in de vorige eeuw volgepropt met minderwaardige huisies, die zo verkrot raakten, dat na de tweede wereldoorlog besloten moest worden, een grondige sanering door te voeren. Het Polsbroekkwartier, zoals deze buurt genoemd wordt, is thans vrijwel geheel met de grond gelijk gemaakt. Ook de omgeving van de Nieuwstadskerk zal in de toekomst nog menige verandering ondergaan, voor zover dit al

niet gebeurd is. De oude stad is stedebouwkundig wel tot rust gekomen, dit in tegenstelling tot het gedeelte aan de overzijde van de Llssel, de Hoven. Dit gebied, de naam zegt het al, huisvest een groot aantal hoveniers, doch hun aantal zal vermoedelijk verminderen. De boerderijen, die aan dit stadsgedeelte een eigen aanzicht gaven, worden gaandeweg afgebroken en vervangen door - weliswaar praktischer, doch niet schilderachtiger - nuchtere nieuwbouw.

Er is niet gestreefd naar volledigheid, hetgeen in zo'n kort bestek ook niet mogelijk was. Hierdoor zal men bepaalde foto's missen, maar ook zullen er ongetwiifeld plaatjes in voorkomen, waarvan men zal zeggen: waarom die wel? Gepoogd is echter een doorsnede van de stad te geven, zowel op maatschappelijk gebied als uit oogpunt van stadsontwikkeling. Wie meer wil weten schaffe zich het boekje "Kleine Historie van Zutphen" aan, geschreven door mevrouw M.M. Doornink-Hoogenraad, eventueel in combinatie met "Speurtochten door Oud-Zutphen", van de hand van de samensteller van dit boek.

Zutphen Station

1. Zutphen kon men zeer gemakkelijk per trein bereiken, nadat in de jaren zestig van de vorige eeuw de spoorverbinding met het westen tot stand gekomen was. De spoorlijn werd voor een groot deel op de noordelijke vestinggordel aangelegd. We zien hier het stationsgebouw, dat tijdens het bombardement van 14 oktober 1944 ernstig beschadigd werd. Na de oorlog bouwde men op de plaats van de rechtervleugel een nieuw stationsgebouw en werd het oude geheel afgebroken.

Uitgave M. I. Koning SiebdlOQ. No. 7257

ration. ZDTPHB.:-i.

2. Zoals de ansicht laat zien, was vroeger het perron geheel overdekt en wat dat betreft ging met de afbraak van het station een stuk geriefelijkheid verloren, aangezien na de bouw van het nieuwe station uit zuinigheidsoverwegingen geen perronoverkapping meer werd aangebracht.

3. Op 14 april 1890 vierde burgemeester jhr, H.A.D. Coenen zijn vijfentwintigjarig ambtsjubileum en ter herinnering aan dit feit bood de burgerij hem een fontein op het Stationsplein aan. "Manus", zoals het beeld werd genoemd, toonde de binnenkomende reiziger ongegeneerd zijn ontblote achterwerk en direct na de onthulling verschenen al ingezonden stukken van de verontruste burgerij. De gemeenteraad zocht "naar een middel, om althans gedurende een deel van het jaar de achterdelen van den reus aan het oog te onttrekken" en zij vond dit met de aanleg van een plantsoen, dat "beschermend zich uitstrekt voor den onwelvoeglijken kant van het beeld". Manus overleefde het bombardement niet.

4. In 1920 werd door de AMOV AM te Den Haag een busdienst Zutphen-Gorssel en Zutphen-Warnsveld geopend en ter gelegenheid daarvan werd het materieel voor het station op de kiek gezet. Van links naar rechts poseren hier de heren Stijntjes, Mulders, Hartman, v.d. Weerd, Koordeman, Koerselman, Tydink, Norel, de directeur van de AMOVAM, Mulder, onbekend, Molenaar, onbekend, burgemeester Dijckmeester en gemeentesecretaris Ruibing. Bovenop (het waren geriefelijke dubbeldekkers) staat de heer Memelink.

S. Ook waren er verschillende tramverbindingen met de omliggende plaatsen. Op 2S december 1903 werd de stoomtramlijn Zutphen-Hengelo voor het publiek geopend. Pas veel later, op 3 oktober 1926 gebeurde dit met de lijn Zutphen-Deventer, De bekendste tram was echter wel de Zutphen-Emmerik, die we hier in de Stationsstraat zien staan. De concessie was al in 1893 verleend, doch eerst in 1909 kwam het laatste baanvak (tot de haven van Emmerik) gereed. Na de tweede wereldoorlog werden - mede door de aangerichte vernielingen - de trams opgeheven en bussen op de lijnen ingezet.

ZUTFE

S atio splein,

JUG. NAUTA, VEL rx.

3722.

6. Het Stationsplein vormde een fraaie entree voor de stad, doch ook hier richtte het bombardement zoveel schade aan, dat de omliggende herenhuizen afgebroken moesten worden. In het grote hoekhuis was naderhand het automobielbedrijf Hardonk gevestigd ; het tweede huis ernaast werd bewoond door de heer W. Schillemans (uitgever W.J. Thieme & Cie), Links daarvan (niet zichtbaar) waren enige panden in gebruik bij de koffiehandel "Roemar" van de heren Van ROEkel en MARtens. Bij de bouw van het nieuwe station werd het Stationsplein verlaagd en werden wegen verlegd.

Zutphen

3.-k.1 30e_

7. Tot 1888 was de Rozengracht aan de noordzijde bebouwd, doch om een waardiger entree te krijgen, werden de daar staande huizen afgebroken en tegelijkertijd besteedde men een nieuwe brug over de Berkel aan. Deze brug, getooid met de weidse naam "Pont Neuf", werd in november 1890 voor het publiek vrijgegeven. Op de rechteroever van de Berkel zien we de boerderij van De Jonge in de Barlheze, welk gebouw evenmin het oorlogsgeweld heeft doorstaan. De brug werd na de oorlog vervangen door een nieuwe op een iets andere p1aats.

8. Deze kaart toont ons nogmaals het plantsoen op het Stationsplein en de Pont Neuf en gunt ons voorts een blik op de Broederenkerk en de zuidelijke bebouwing van de Rozengracht. Op de hoek en in het naastgelegen pand was het cafe De Vries. Daarnaast was de rijwielhandel van Schouten en dan volgde een zeer bekende zaak, namelijk de bakkerij van Levison. Aangezien dit een joodse zaak was, kon men hier 's zondags vers brood krijgen en vele - waaronder meest niet-joodse - Zutphenaren haalden hier dan hun verse broodjes.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek