Warning: mysql_connect(): Headers and client library minor version mismatch. Headers:50156 Library:50527 in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php on line 15

Warning: session_start(): Cannot send session cookie - headers already sent by (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2

Warning: session_start(): Cannot send session cache limiter - headers already sent (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2
Uitgeverij Europese Bibliotheek | Zwaluwe in oude ansichten deel 1 | boeken | alfabetisch-overzicht
Zwaluwe in oude ansichten deel 1

Zwaluwe in oude ansichten deel 1

Auteur
:   D. Zaaijer
Gemeente
:   Zwaluwe
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0572-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Zwaluwe in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In de periode van omstreeks 1880 tot 1922, van welk tijdvak dit boekje een beeld tracht te geven, vormden in Hooge en Lage Zwaluwe de landbouw, veeteelt, griend-, riet- en biezencultuur en de visserij de voornaamste middelen van bestaan. Daarnaast waren er nog hooipersen, een leerlooierij en een belangrijke vlasindustrie.

De landbouw en de veeteelt worden nog steeds zeer intensief bedreven, al vragen zij, ten gevolge van de steeds verder gaande automatisering, weinig arbeidskrachten meer. De overige bedrijfstakken zijn èf verdwenen öf hebben aan belangrijkheid ingeboet. Als werkgelegenheid vulden de landbouw en de griendcultuur elkaar goed aan. Werkten in het voorjaar, de zomer en het najaar velen bij de boer op het land, in de winter gingen zij naar de Biesbosch om griendhout te hakken en riet te snijden. Behalve in de Biesbosch werd het riet en het hout gewonnen langs de oevers van de rivieren. Het werk was hard en zwaar. Maandagmorgen vroeg werd met een roeiboot naar het werk gevaren en vrijdagavond of zaterdagmorgen keerde men naar huis terug. Er werd dikwijls verblijf gehouden in primitieve keten. In het midden van de keet was een gat gegraven waarin een vuur kon worden gestookt. Over dat gat was een ijzeren staaf gelegd waaraan een ketel of pot kon worden gehangen voor het maken van de maaltijd of het zetten van

koffie. Aan de moderne griend bewerker wordt meer gerief geboden en de huidige verkeersmiddelen maken het trouwens mogelijk elke avond naar huis terug te keren. In de loop van de tijd heeft de griend cultuur minder betekenis gekregen. Een oud ambacht, dat niet meer wordt uitgeoefend en dat een onderdeel van de griendcultuur vormde, was het maken van hoepels. Er waren in Zwaluwe ongeveer tien hoepelmakerijen. Het griendhout werd daar overlangs gesplitst en tot hoepels gebogen. Deze werden geleverd aan kuiperijen en daar bijvoorbeeld om haringtonnetjes gelegd. In de hoepelmakerijen werden lange werktijden gemaakt. Dagen van 's morgens vijf tot 's avonds zeven uur waren gewoon.

In de tijd waarover dit boekje handelt, vonden eveneens velen een bestaan in de visserij. Toen de rivieren nog niet vervuild waren, werd ook op het Hollandsdiep en op de Amer zalm, elft, fint, voren en paling gevangen. Nu heeft de beroepsvisser op de rivier zijn plaats aan de amateur moeten afstaan. Nog steeds wordt er in Zwaluwe vlas verbouwd, doch de verwerking daarvan gebeurt elders. Voorheen werd het vlas in de sloten geroot en in zwingelkooien gezwingeld. Bij het zwingelen kwam veel stof vrij, waardoor het een zeer ongezond werk was. Het roten is een rottingsproces waardoor het vlas voor de verdere bewerking meer geschikt wordt gemaakt. Bij het

zwingelen worden het merg (het lint) en de schors van de vlasstengel van elkaar gescheiden. Nu gebeurt de gehele bewerking op doelmatiger manier in vlasfabrieken.

Vroeger was er in de haven van Lage Zwaluwe veel bedrijvigheid. In de zomer werd, met grote tjalken, vlas aangevoerd uit Friesland, Groningen, Zeeland en de Biesbosch. Dit vlas werd in de fabrieken van Lage Zwaluwe verwerkt tot vlaslint. In het najaar werden de suikerbieten over het water naar de suikerfabriek vervoerd. Na het verwerkingsproces ontvingen de boeren per schip het afvalprodukt, de pulp, dat als veevoer werd gebruikt. Ten gevolge van de ontwikkeling van het watertoerisme heeft de haven tegenwoordig een recreatieve functie gekregen.

Dat de sport de bevolking ter harte ging, blijkt wel uit het feit dat in 1908, onder voorzitterschap van de heer B. Spuijbroek, opzichter der domeinen, een ijsclub werd opgericht. Om een ijsbaan te verkrijgen liet men in de winter de Prinses Louisapo1der (het Po1derke) onder water lopen. Indien mogelijk werden er elk jaar in het hardrijden en het schoonrijden wedstrijden georganiseerd. De vereniging bestaat nog en zij geniet nog steeds de sympathie van de bevolking. Vele keren viel de bevolking van Hooge en Lage Zwaluwe met have en goed ten prooi aan water en vuur. Niet langer weerstand biedend aan het grote,

woelige vaarwater van de Amer braken de dijken, die de bevolking bescherming moesten geven, vrij geregeld door en liepen de polders onder water. Grote watersnoodrampen vonden plaats in 1720, 1775, 1776, 1837, 1916 en niet te vergeten in 1953. Hoewel er in 1916 geen mensenlevens te betreuren waren was de materiële schade groot. Teneinde zichzelf en zijn goed voor dergelijke rampen te vrijwaren, bouwde de Zwaluwnaar zijn huis en andere gebouwen aan de dijk. Daardoor ontstond de zogenaamde lintbebouwing.

Ook het vuur heeft van tijd tot tijd toegeslagen. Op 28 augustus 1895 werd Hooge Zwaluwe getroffen door een grote brand, uitgebroken in het hooischuurtje achter het huis van L. Knoop bij de hervormde kerk. Er brandden tweeënveertig woningen en schuren af waardoor er achtenveertig gezinnen dakloos werden. Op 22 maart 1896 ontstond er in Lage Zwaluwe brand in de boerderij van Piet er Vermeulen, de plaats waar later het huis van Adam de Graaf Gzn. stond. Vier huizen en drie boerenschuren gingen bij deze brand verloren. De hervormde kerk in Hooge Zwaluwe werd op 7 juni 1910 door blikseminslag getroffen. De herbouw vond plaats in 1911 en de kerk werd in 1912 weer in gebruik genomen. Vermoedelijk ten gevolge van een kortsluiting, waardoor brand ontstond, ging in Lage Zwaluwe de landbouwschuur van

Arjaan KeIler op 16 februari 1932 verloren, De gehele veestapel kwam om. Ook de landbouwschuur van Jacob den Engelsen en de vlasschuur van C.B. de Visser, tot aan de nok toe gevuld met vlas, vielen ten prooi aan de vlammen. De volgende catastrofe gebeurde op 16 februari 1933. De vlasschuren van het bedrijf "De Toekomst" van C.B. de Visser, volgestouwd met vlas, en de landbouwschuur van M. Crezée brandden geheel af. Op de plaats waar de landbouwschuur had gestaan, verrezen naderhand vijf woonhuizen.

Zowel Hooge als Lage Zwaluwe lagen geïsoleerd ten opzichte van de buitenwereld. Daaraan kwam voor Hooge Zwaluwe goeddeels een einde toen de Langstraat-trein ging rijden. Op 1 november 1886 werd deze lijn op het baanvak Lage Zwaluwe-Waalwijk voor het. publiek opengesteld. Het baanvak WaalwijkVlijmen werd op 1 juni 1888 in gebruik genomen en op 15 oktober 1890 de gehele spoorlijn Lage Zwaluwe-'s Hertogenbosch. De treinen legden de afstand af in één uur en zeventien minuten (lokaaltreinen). Er reden vijf treinen per dag, doch enkele daarvan waren sneltreinen, die de afstand aflegden in achtenvijftig minuten. Bovendien kon men met een rijtuig naar Breda reizen. De eerste die, voor zover bekend, hiervoor de gelegenheid bood, was Wout den

Engelsen, wonende op het Hoefke, nu de boerderij van Cor Razenberg. Daarna deed dat Jan de Visser (Zwaluwseweg). Op de bok zat toen als voerman Piet Weeland, de vader van Jan Weeland (Zoutendijk). Voor Lage Zwaluwe lag het enigszins anders. Dat dorp had weliswaar een spoorwegstation waar enige belangrijke spoorwegen samenkwamen, maar dat lag één uur lopen van het dorp verwijderd. De stalhouderijen van Kees Broere, Leen SchuIler en de gebroeders Tabak boden vervoergelegenheid van het dorp naar het station, maar de meeste reizigers gingen te voet.

Langs de weg van het dorp naar het station was een opeenvolging van plaatsen waar men zich kon laven en kon rusten. Dat begon al aan het eind van de Flierstraat, waar het bierhuisje met het uithangbord "De Hoop" stond. Bij de vliet stond het bierhuisje "De Kikvors" en in de Binnen-Moerdijk Was de boerderij van Hermus, tevens herberg met uitspanning. Tegenwoordig woont daar Dekkers. Vervolgens had men het boerenbedrijf, tevens het café, van Beljaars en bij de spoorwegovergang stond het bierhuisje van Mie de Grauw. Daaraan hing een uithangbord met het opschrift: "Hij, die vermoeid is van het gaan, hij ruste in de Halve Maan". Tegenover het station was Akker: mans.

Het reizen met de stoomboot "Thor", die eens per dag heen en weer voer van Waalwijk/Geertruidenberg naar Dordrecht/Rotterdam, was misschien niet zo snel maar wel geriefelijker dan per spoor. Het comfort dat de reiziger nu heeft, werd hem ook daar echter niet altijd geboden. Was het hoogwater dan stond de aanlegsteiger, die zich aan het begin van de haven van Lage Zwaluwe bevond, onder water. Veerman Arjaan Lucas bracht of haalde de passagiers dan met een roeiboot. Soms werden de mannelijke passagiers op de rug van de veerman of van de knechten over de ondergelopen steiger naar de vaste wal gedragen, terwijl de vrouwen en kinderen met een handkar werden getransporteerd. Dat spektakel werd altijd uitgevoerd ten aanschouwe van de bewoners van het dorp, voor wie dat steeds een bron van vermaak opleverde.

De grondwetsherziening van 1917 bewerkstelligde een verandering voor het onderwijs. Het bijzonder onderwijs werd financieel gelijkgesteld met het openbaar onderwijs. De geboden gelegenheid werd aangegrepen om de bestaande openbare lagere scholen in bijzondere lagere scholen om te zetten.

Met de drinkwatervoorziening was het droevig gesteld. Degenen die niet in het gelukkige bezit van een regenwaterput waren, waren gedwongen water te

drinken uit de haven, uit de sloot de Kil, die langs Lage Zwaluwe loopt, en uit de vlieten die langs Hooge Zwaluwe stromen en in verbinding staan met haven (thans Boezem) en poldersloten. Tyfus, een besmettelijke ingewandsziekte, kwam dan ook veelvuldig voor. Gelukkig werd in 1924 een drinkwaterleiding aangelegd, hetgeen de volksgezondheid ten goede kwam. In 1923 konden de woningen en andere gebouwen op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Dit boekje kon slechts tot stand komen met de spontane hulp van vele bejaarde inwoners. Van hun vertellingen en praktische aanwijzigingen is dankbaar gebruik gemaakt. Een zeer werkzaam aandeel in de samenstelling hebben de darnes D.C. en P. van Elzelingen gehad (Lage Zwaluwe). Zij hebben de beschikking over een bijzonder grote collectie oude ansichten. Vele historische gegevens, van zowel Hooge als Lage Zwaluwe, hebben zij in de loop van de tijd verzameld en op schrift gesteld. Met deze uitgaaf is niet beoogd al die gebeurtenissen weer te geven welke in een bepaald tijdvak hebben plaatsgevonden. Het wil slechts een poging zijn een indruk te verschaffen van hoe en waarvan de inwoners van Hooge en Lage Zwaluwe in de periode van omstreeks 1880 tot 1922 hebben geleefd en hoe die dorpen er in die tijd uitzagen.

LAGE ~:'i~LUWE. STOOMGEMAAL

,

1. 1916. In de nabijheid van de Grintweg staat de in 1794 gebouwde watermolen. Deze molen werd gebruikt om, bij een te hoog waterpeil in de polder, het overtollige water te lozen in de Amer. In het huisje, links van de molen, woonde de molenaar Adriaan Lucas met zijn gezin. Het gebouw op de voorgrond was het hulpgemaal dat later is verbouwd en daarna werd bewoond door Arie van den Andel, de opvolger van Adriaan Lucas. In 1944 werd de molen door de Duitsers ernstig beschadigd. In plaats hiervan werd het gemaal "Het Schuddebeurs" gebouwd. Het gemaal wordt tegenwoordig bediend door Mathijs van den Andel.

2. 1914-1918. De Grintweg was aan beide zijden beplant met fraaie iepebomen. Helaas werden deze bomen in de zomer van 1930 aangetast door de beruchte iepziekte. Deze ziekte komt nog voor en wordt veroorzaakt door een schimmel. Bij de aangetaste bomen beginnen in de loop van de zomer bladeren en takken af te sterven zodat de boom kaal wordt. De bomen moesten gerooid worden waarna weer nieuwe bomen geplant werden. Deze nieuwe aanplant werd in de periode 1940-1945 door de Duitsers gerooid. Midden op de weg staat (met fiets) Jan Polak, olieverkoper, en rechts van hem ziet u Staekenborg.

3. 1902. De ingang van de Flierstraat. In de vorige eeuw was deze straat een landweg met diepe karresporen en hij werd begrensd door vlierbomen en struiken. Aan deze landweg stonden enkele boerderijen en hier en daar een bierhuisje, onder andere "De Hoop". Rechts ziet u het "Groene Hoef je". Langzamerhand werden er meer huizen aan gebouwd en sedert de weg is bestraat wordt hij de Flierstraat genoemd.

4. De honderdjarige onafhankelijkheid (1813-1913) werd in Hooge en Lage Zwaluwe op feestelijke wijze herdacht. De leden van het in het leven geroepen protestants feestcomité hebben zich laten vereeuwigen. Zittend (van rechts naar links): Anton Vos, gemeenteontvanger; Davida Johanna, baronesse Heekeren van Brandsenburg, D.J. baron Heekeren van Brandsenburg, burgemeester; Adriaan Dubbelman, Frank de Graaff, Dirk Lucas, Cornelis Broere, Adriaan Keller, Arnoud de longh en Herman Pieterman. Staande (van rechts naar links): Adriaan Broere, Daniël Dubbelman, Jacobus Dudok, Adriaan van 't Geloof, Cornelis Dudok, Adriaan Lucas en Willem Hofman.

5. In 1913 werd, ter herdenking van de honderdjarige onafhankelijkheid 1813-1913, onder andere in de Flierstraat feestgevierd. Men kon toen nog niet bevroeden dat reeds binnen één jaar het Nederlandse leger onder de wapenen zou worden geroepen en dat de eerste wereldoorlog zou uitbreken. De vrouwen met de muts op zijn, van links naar rechts: Clara LucasDudok, Maart je Polak-Polak en Suzanne LucasMarkus. De mannen met de hoge zijden pet op zijn Arie Lucas en boer Arjaan Nooteboom. Verder nog enige buurtbewoners, onder anderen Jetje van der Veeke-Bijl en Willem Lucas.

VLIERSTRAAT, LAGE: ZWALUWE

6. Een kijkje op de Flierstraat omstreeks 1910. Op de voorgrond staan Arie Lucas en zijn zoon Arjaan. Vele jaren zijn zij veerlieden van het passagiers- en vrachtschip "Thor" geweest. De door dat schip aangevoerde goederen werden per handkar verder getransporteerd. Ook bezaten de Lucassen een schip waarmee zij op Dordrecht voeren. Wie wat in de stad te bestellen had en dat opgaf, kon verzekerd zijn van een correcte thuisbezorging.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek