Zwaluwe in oude ansichten deel 4

Zwaluwe in oude ansichten deel 4

Auteur
:   D.C. en P. van Elzelingen
Gemeente
:   Zwaluwe
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0477-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Zwaluwe in oude ansichten deel 4'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

De drie kerkdorpen Hooge Zwaluwe, Lage Zwaluwe en Moerdijk, waarvan foto's in dit boekje zijn opgenomen, vormen één gemeente, die door één burgemeester wordt bestuurd. Toch zijn deze dorpen zeer verschillend van aard; Hooge Zwaluwe is stijf en deftig, wat op Lage Zwaluwe minder merkbaar is, en de Moerdijkers zijn vlotter en humoristisch van geest. Ook het dialect in deze drie kerkdorpen is zeer verschillend. Zo is in Lage Zwaluwe de uitspraak aan het ene eind van het dorp heel anders dan aan het andere eind. Om onduidelijke redenen worden de bewoners van Hooge Zwaluwe "Berenleiers" genoemd en die van Lage Zwaluwe "Donkerlanders". Moerdijkers heten "Spieringkruiers", een benaming die is voortgekomen uit het feit dat vroeger de helft van de dorpelingen haar broodwinning in de visserij had, vooral in spiering- en palingvangst. Deze bijnaam is niet zomaar een carnavalsbevlieging, maar geldt al van eeuwen her. Moerdijk is een historische plaats: denk maar aan het drama dat prins Johan Willem Friso overkwam. Op 14 juli 1711 onderbrak de Friese stadhouder een veldtocht in de Zuidelijke Nederlanden en spoedde zich naar zijn residentie, in verband met de erfenis van stadhouder-koning Willem III. Bij Moerdijk werd zijn rijtuig op de zogenaamde veerpont gereden (dat was een primitieve zeilboot); een stoutmoedige onderneming omdat een storm de kop had opgestoken, die het water in een woest, schuimend geweld had doen veranderen. De stadhouder moet het gevaar hebben onderschat; door het kolkende, opgezweepte water sloeg de boot om; de prins verdween in de golven en verdronk jammerlijk in de woeste golven van het Hollands Diep.

Moerdijk werd ook bekend door de rooms-katholieke nederzetting, bestaande uit de fraaie kerk, de kloostergebouwen, de scholen en het meisjesinternaat van de zusters van het H. Hart van Jezus. Kinderen van welgestelde ouders uit alle delen van het land ontvingen hier hun opleiding, want met een diploma van de rooms-katholieke kostschool van Moerdijk was je klaar voor een toekomstige levenstaak. De Tweede Wereldoorlog is niet ongemerkt aan Moerdijk voorbijgegaan. Door de ligging van dit kerkdorp, dichtbij de verkeers- en spoorbruggen, heeft men het hard te verduren gehad; het kostte verschillende mensenlevens, terwijl veel huizen en gebouwen óf zwaar werden beschadigd, óf geheel verwoest, zodat Moerdijk het oude aanzien geheel verloor. In 1953 werd Moerdijk door de watersnood geteisterd en werden er weer mensenlevens geëist en woningen vernield. Maar niettegenstaande alle tegenslagen bestaat Moerdijk nog steeds en is bekend als het dorp aan het Hollands Diep met de grootste spoor- en verkeersbruggen van Nederland. In vroeger jaren had Moerdijk ook veel industrie, onder andere twee scheepswerven, de firma's Paans en De Korte, een bloemfabriek van de firma Rompa en niet te vergeten de koekfabriek Schriek.

De eerste officiële veerpont tussen Moerdijk en Willemsdorp werd op 19 augustus 1822 in gebruik gesteld. De dienst werd met een raderboot van Engelse makelij, s.s. "Wilhelmina", geopend en volgens de wens van koning Willem I door het rijk beheerd en betaald, om zodoende zoveel mogelijk aan de hoogste eisen aan comfort te kunnen voldoen. Het bleek al spoedig dat de veerdienst tussen noord en zuid van groot belang was, zodat korte tijd later een nieuwe veerboot, "De Moerdijk", werd aangeschaft. Tot 7 juli 1877 duurde deze veerdienst. Door het gereedkomen van de spoorbrug over het Hollands Diep, in 1872, was men van mening dat de veerdienst overbodig werd en zo kwam hij te vervallen. Op 27 april 1912 werd de N.V. Willemsdorp-Moerdijk opgericht en dat betekende dat de veerdiensten werden hervat. In de vaart kwamen "De Hollands Diep" en het s.s. "Schuttevaer", in 1930 uitgebreid met "De Willemsdorp", terwijl in 1933 als reserve "De Dordrecht", gebouwd bij Penn en Bauduin te Dordrecht, aan de vloot werd toegevoegd. Dit was wel nodig, vooral tijdens Pasen en Pinksteren en bij interlandvoetbalwedstrijden in Antwerpen, Brussel, Rotterdam of Amsterdam, als er zo'n tachtig à honderd auto's per uur moesten worden overgezet. Toch kwam onherroepelijk het einde van de veerdienst in zicht. In 1936 was de verkeersbrug voltooid en dat betekende dat de stille rust van het landelijke havenplaatsje terugkeerde, maar nu voorgoed.

Bij de opening van de spoorbrug te Moerdijk in 1872, die voor de verbinding zorgde tussen noord en zuid, was er grote belangstelling van de zijde van de bevolking om deze eerste oversteek van een locomotief te kunnen aanschouwen; een

oversteek die eigenlijk in die dagen voor onmogelijk werd gehouden. De grote belangstelling was natuurlijk meer gericht op het welslagen van deze onderneming dan op het mislukken ervan. Toch waren velen er heilig van overtuigd dat de trein door de eerste de beste overspanning zou zakken, om vervolgens met veel spektakel in het Hollands Diep te verdwijnen. Maar niets van dit alles gebeurde; alles verliep volgens plan en de eerste trein kwam veilig, vanaf het station Lage Zwaluwe via de nieuwe Moerdijkbrug, in Dordrecht aan. In de zomer van 1934 werd een begin gemaakt met de aanleg van een vaste oeververbinding, door middel van een verkeersbrug tussen Noord-Brabant en Zuid-Holland over het Hollands Diep. De onderdelen van de overspanningen werden gemaakt op de fabriek van Penn en Bauduin in Dordrecht. De lengte bedroeg duizend meter; de kosten waren toen 4,3 miljoen gulden, een enorm bedrag voor die tijd, de crisisjaren 1930-1940. Het was een hele kluif voor 's-lands financiën. Onder grote belangstelling vond op 12 december 1936 de ingebruikneming plaats door koningin Wilhelmina, begeleid door de toenmalige burgemeester van Hooge en Lage Zwaluwe, D. van Suylekom, met zijn wethouders. Met een talrijk gevolg wandelde Hare Majesteit over de nieuwe verkeersbrug. Dit feestelijke gebeuren werd muzikaal omlijst door de kapel van de Nederlandse Strijdkrachten en hoewel de mist zwaar was en het uitzicht werd belemmerd, klonk de marsmuziek toch vrolijk over het water. Welk noodlot de brug te wachten stond was op deze koude winterdag nog niet te vermoeden; op 10 mei 1940 kwam de brug door oorlogshandelingen in handen van de Duitse bezetters.

In 1916 werd in Lage Zwaluwe de vereniging Het Groene Kruis opgericht. De eerste bestuursleden waren dokter D. Dooremans, dominee H.P. Fortgens en de heer P. de Visser. Zuster C. van der Togt, geboren in Gouda, werd de eerste wijkverpleegster in onze gemeente. Zij was daarvoor als wijkzuster werkzaam geweest in Huizen en Vorden. Op de foto is zij te zien op tweeënveertigjarige leeftijd. In het jaar 1918 brak in ons land een epidemie van de Spaanse griep uit en werden ook de drie Zwaluwse kerkdorpen niet gespaard. Samen met dokter Dooremans was zuster Van der Togt dag en nacht in de weer om de vele grieppatiënten te verzorgen. De ziekte was zeer ernstig zodat veel mensen hieraan bezweken; het was dan ook een ware uitkomst dat er toen een verpleegster was, die met zoveel hart en liefde werkte om de ziekte te bestrijden. Later heeft zuster Van der Togt nog veel dankbaarheid en vriendschap van genezen patiënten mogen ontvangen. Het tweede huis aan de rechterzijde van de Nieuwstraat in Lage Zwaluwe werd voor haar gebouwd en na zes jaar voor het plaatselijke Groene Kruis werkzaam te zijn geweest, vertrok zij naar Hippolytushoef, bekend geworden na de Eerste Wereldoorlog doordat het een toevluchtsoord werd voor de Duitse kroonprins Wilhe1m. Zuster Van der Togt is op 93-jarige leeftijd in Hippolytushoef overleden.

Bij het eerste bezoek van prinses Juliana aan de provincie Noord-Brabant, een zogenaamd werkbezoek, na haar terugkeer uit Ottawa, waar zij met haar gezin gedurende de oorlogsjaren was geëvacueerd geweest, werd in 1948 het plaatsje Beers aangedaan, waar toentertijd de enige vrouwelijke burgemeester resideerde. Daarna werden ook andere plaatsen bezocht, onder andere Overloon. dat door de oorlog zwaar was getroffen, en als laatste kwam zij in Lage Zwaluwe aan. Op verzoek van het gemeentebestuur was de Zwaluwse bevolking bijeen gekomen op het terrein tegenover café "Het Veerhuis" van Kommer Walraven, nu Emiel Vanacker. Bij het oorlogsmonument, ter herinnering aan de 374 levensgevaarlijke tochten van de Binnenlandse Strijdkrachten van het bevrijde Brabant naar het nog bezette Hollandse gebied, werden de vorstelijke personen door burgemeester Godwaldt van Hooge en Lage Zwaluwe op zeer hartelijke en charmante wijze begroet, waarbij ook de beide wethouders, de heren Johan Dubbelman en Dirk Marcus, tegenwoordig waren. Na bezichtiging van het monument en het stellen van vragen aan de burgemeester, werd Johan Kooyrnans aan de prinses voorgesteld. Hij was die dag juist uit Indië teruggekeerd, waar hij zijn dienstplicht had vervuld. Met een hartelijke handdruk werd Johan door de prinses begroet, waarna prinses Juliana en prins Bernhard per motorboot weer naar het Hollandse gedeelte terugkeerden. Johan Kooymans was voortijdig met verlof uit Indië teruggekomen. Bij een politionele actie had hij een verwonding opgelopen, door een kogel achter de longen, die niet operatief kon worden verwijderd.

1. Het gedenkbord bij het oorlogsmonument in Lage Zwaluwe vermeldt de verzetsdaden tegen de Duitse bezetters van de ?Linecrossers?, Het grootste deel van deze verzetsgroep was afkomstig uit Werkendam en Sliedrecht en uit Lage Zwaluwe kwam Koos Hoevenaar. De verzetsgroep opereerde vanuit de Lage Zwaluwse haven via de doolhof van de Biesbosch naar het bezette Hollandse gebied. De namen van de verzetsstrijders zijn bij de ouderen niet onbekend. Namen als Kraayeveld, Jan Landgraaf, Jan Prins en Visser klinken ons niet vreemd in de oren. Ook in Lage Zwaluwe waren verschillende verzetsmensen bij de ondergrondse. Deze jongens hebben zeer veel verzetswerk gedaan.

2. In de inleiding heeft u kunnen lezen over het bezoek van de vorstelijke personen aan Lage Zwaluwe. Na hun dagreis door Brabant werden prinses Juliana en prins Bernhard na hun aankomst bij het oorlogsmonument tegenover hotel Vanacker, heel hartelijk begroet door burgemeester Godwaldt van Hooge en Lage Zwaluwe. Voor onze burgemeester was dit bezoek een hoogtepunt in zijn ambtelijke loopbaan. Ook de Commissaris van de Koningin in Brabant, de heer De Quay, was hierbij aanwezig.

3. Daarna werd prins Bernhard met een hartelijk welkomstwoord op zeer hoffelijke wijze begroet door burgemeester Godwaldt, hetgeen door de prins met een handdruk werd beantwoord. In het midden staat prinses Juliana en ziet dit vriendelijk lachend aan. De leerlingen van de lagere school hadden nog een feestlied ingestudeerd ter ere van prinses en prins, maar omdat het bezoek maar van korte duur was, kreeg men geen gelegenheid om het ten gehore te brengen, hetgeen natuurlijk voor de schooljeugd een teleurstelling was.

4. Hier luistert het prinselijk paar met de Zwaluwse bevolking naar ons volkslied, u allen wel bekend. Als genodigde ziet u, tweede van links, dokter D. Dooremans, die tijdens de bezettingsjaren heel geïnteresseerd was in het werk van de verzetsgroep de B.S., mede daar zijn familie aan de overkant, in het toen nog bezette Holland, woonde. Terugkomend van een van hun nachtelijke routes, brachten de linecrossers het bericht mee dat Dooremans moeder, mevrouw Dooremans-Schuitemaker, te Dordrecht was overleden. Het tragische was dat dokter Dooremans niet bij de begrafenis aanwezig kon zijn, daar de overtocht niet anders dan met levensgevaar mogelijk was.

5. Prinses en prins bezichtigen na aankomt met burgemeester Godwaldt het oorlogsmonument, waarvan u links nog net de paaltjes met kettingen kunt zien. De genodigden staan op eerbiedige afstand; links burgemeester Godwaldt, met ambtsketen om.

6. Nogmaals een foto van de prinselijke gasten, die vol aandacht het oorlogsmonument bezien en lezen wat er op de gedenkplaat staat over de vele gevaarlijke kanotochten van Brabant naar Holland door de linecrossers. Tot grote spijt van de Zwaluwnaars is dit gedenkteken nu, na dertig jaar, overgeplaatst naar de nieuwe woonwijk Ameroever (de Goudkust), alwaar het is geplaatst naast het nieuwe standbeeld "De Linecrosser",

7. Vermoedelijk wordt hier door burgemeester Godwaldt aan prinses en prins een album als aandenken aangeboden, met foto's van het verzet van de Binnenlandse Strijdkrachten en van de ondergrondse O.D. Het prinselijk paar beziet hier met grote belangstelling de foto's in het gedenkboek en luistert naar de korte uitleg en het verslag over het werk van de verzetsgroep tijdens de oorlog en de toestand na de bezetting in onze dorpen. Voor de jongere generatie zijn benamingen als B.S. en O.D. misschien niet duidelijk, maar de ouderen, die de bezetting hebben meegemaakt, begrijpen wel wat hiermee wordt bedoeld.

8. De burgemeester van Hooge en Lage Zwaluwe, met ambtsketen, maakt een praatje met een van de dames, behorende tot de hofhouding van prinses Juliana. De toeschouwers kijken belangstellend toe. Rechts, met hoge hoed, Cor de Visser. Verder zien we gemeenteraadsleden en mensen van de veiligheidsdienst. Geheel rechts, op de rug gezien, veldwachter Uyterlinde.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek