's-Heer-Arendskerke en 's-Heer-Hendrikskinderen in oude ansichten deel 1

's-Heer-Arendskerke en 's-Heer-Hendrikskinderen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   C. de Ruiter
Gemeente
:   Goes
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3209-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek ''s-Heer-Arendskerke en 's-Heer-Hendrikskinderen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

's Heer-Arendskerke, Wissekerke en's Hcer-Hcndrikskinderen. In "Van Mieris Groot Charterboek" wordt van 's Heer-Arendskerke in 1341 voor het eerst melding gemaakt. De plaats bestond echter al eerder. Ten opzichte van de naamsoorsprong van's Heer-Arendskerke ook Heerarntskerke en Seraetskerke, meent dr. Ab.Utr. Dresselhuis zich niet te mogen houden aan datgene wat hieromtrent door de kronijkschrijvers is geboekt, maar deze te moeten zoeken in overeenstemming met de gesteldheid van de schorren, slikken, stromen en gronden voor of bij de bedijking in verband met de aloude volkstaal. Onder herken verstond men lappen grond terwijl waarden of schorren werden aangeduid door het woord heeren.

Heer-rade-herken waren dus bijzondere heeren of schorren aan de rade of scheepsrede opgewassen. Toen later op deze gronden kerken verrezen verwisselde de vroomheid al spoedig deze bijna gelijkluidende woorden Heer-rade-herken in Heerrade-kerke.

Men weet met zekerheid dat de heer-rade-herken aan de rede van het Schenge, verrezen in 1140, in het bezit waren van een zekere "Arend met den buik", zo genoernd om zijn ongewone dikte, die de stamvader is geworden van het machtige riddergeslacht "van Schenge en van de Peele". Deze Arend stichtte hier een kerk met een hoge toren welke aan SintPieter werd toegewijd. De heren van Schenge werden de eerste ambachtshercn en in afwijking van de veelal voorkomende regel dat het ambacht aan de oudste zoon overging, was dit in deze heerlijkheid niet ZOo Na overlijden van de Vader werden de gronden verdeeld, waardoor er in 1395 reeds negen ambachtsheren waren welk aantal weI eens vijfentwintig heeft bedragen. Men spreekt dan ook van de ambachtsheren van's Heer-Arendskerke. Dat de heren van Schenge zo belangrijk waren blijkt uit het feit dat ze evenals de andere ambachtsheren het recht van aanwas hadden, dat wil zeggen dat de schorren die aan hun gebied grensden hun eigendorn waren, maar daarenboven hadden zij het recht van opwas,dat wil zeggen dat aile zandbanken tussen Zuid-Bcve-

land, Borssele en Walcheren tot hun eigendorn mochten worden gerekend.

Evenals bij 's Heer-Arendskerke is bij 's Heer-Hendrikskinderen in de oude tijden een vluchtheuvel opgeworpen, die als "Poelberg" beschreven staat. Op 25 september 1352 beno em de graaf Willem III Jan Clays Jansoonssoon van Cloetinge tot hoofdman over Synoudskerke, Ser Abbenkerke en Ser Heijnrichskinderen. In tegenstelling met Arendskerke was hier maar een arnbachtsheer. Het geslacht Ruichrok van de Werve heeft anderhalve eeuw de heerhjkheid in bezit gehad.

Wissekerke heeft nooit een vluehtberg gehad. WeI was de kerk gebouwd op een verhoging die wellicht als zodanig is gebruikt. Deze kleine heerlijkheid is al vroeg het eigendom geweest van het geslacht van Borssele. Het geslacht dat hier geleefd heeft, de "van Wissekerkes" is nooit in de adelstand verheven.

In de beschrijving van Zeeland bij Isaak Tirion in 17511ezen we van's Heer-Hendrikskinderen dat dit dorp niet groot is maar "een fraaie lugtige kerk met een hoogen en zwaaren toren" heeft, terwijl men een weinig bezijden het dorp het Ridderlijk Huis of Slot genaamd "te Werf" of "te Nerf", ook weI genaamd ,,'s Heer-Hendriksburg" vindt. Men telde in de heerlijkheid in 1747 achtentwintig huizen. In Wissekerke telde men toen vijftien huizen en een aanzienlijke kerk "met zwaaren en hoogen toren". De kerkdiensten werden geleid door een predikant die ook 's Heer-Hendrikskinderen bediende en meestal in's Heer-Hendrikskindcren woonde.

's Heer-Arendskerke is een vrij aanzienlijk dorp "hebbende een bekwaame lugtige kerk" met eigen predikant. Tegen de kerk aangebouwd een zware toren, Het kasteel Schengen was toen al gesloopt. Tot deze heerlijkheid behoorden ook de dorpen Heinkenssant, Ovesant, 's Heerenhoek, Het Nieuwe Dorp en cen groot gedeelte van Sint-Joosland. In 1747 vond men in de heerlijkheid honderd tweeenzeventig huizen en ecn korenmolen.

's Heer-Hendrikskinderen vormde vanaf 1816 met Wissekerke

een zelfstandige gemeente naast 's Heer-Arendskerke, maar reeds in 1829 komen er plannen tot samenvoeging. Beide gemeen ten verklaren zich hiertegen, zelfs nog in 1854 is de gemeenteraad van's Heer-Arendskerke tegen samenvoeging. Na de inwerkingtreding van de gemeentewet in 1851 mocht 's Heer-Hendrikskinderen geen gemeenteraadsverkiezingen houden. Daarvoor waren vijfentwintig stemgerechtigden nodig en er waren er minder dan zeven. In 1853 werd de burgemeester van's Heer-Arendskerke, De Fouw, tevens benoemd tot burgemeester van's Heer-Hendrikskinderen. De samenvoeging werd een feit in 1857. Het aantal stemgerechtigden werd daardoor verhoogd van drieendertig tot achtendertig. Zo gaan we de tijd in waarvan dit boekje een beeld geeft.

Nog werkt de enige verlichting in Arendskerke, waar nimmer gasverlichting is gekomen, op petroleum.

Nog is de trein het vervoermiddel bij uitnemendheid en dienen de tilbury's en de tentwagens voor het bezoeken van de marktdagen in Goes.

Nog is men trouw aan de aloude Zeeuwse klederdracht, maar de vooruitgang komt.

De welput en regenbak zijn nog in gebruik maar over waterleiding wordt gedroomd. Na de droge zomer van 1911 doet deze al snel zijn intrede en plannen voor aanleg van elektriciteit beginnen de kop op te steken. De fiets verovert de wereld. Het is zoals Marinus A. Nijsse Jzn. in 1898 in het poeziealbum van zijn buurmeisje Tona Meulenberg schreef:

Alles fietst in onze dagen Meid en dame, heer en knecht, Zelfs die om een aalmoes vragen Kunnen zonder fiets niet t'recht.

Zelfs al heeft men niet te eten, En geen kleren om de leen,

't Fietsen wordt nog niet vergeten Zonder fiets kan men niet heen.

En terugziende op dit tijdvak 0880-1920) zeggen we: wat ging alles geleidelijk en rustig. En als we door dit boekje die rust opnieuw beleven is ons doel bereikt,

Diverse gegevens zijn ontleend aan "De burgerlijke en kerkelijke geschicdenis van's Heer-Arendskerke" door A. de Smit en "De kerkelijke geschiedenis van de hervormde gemeenten in de Classis Goes" door J. van der Baan. De medewerking die ik van vele zijden heb ondervonden was enorm. Daarvoor hartelijk dank, vooral aan de personen en instanties die briefkaarten en foto's te mijner beschikking stelden:

Documentatiecentrum Zeeuws Deltagebied: II, 17, 30, 36, 38,42,44,65,67.

Eigen archief: 1,20,21,31,32,56,58,59,60.

Gemeente Goes: 2,4, 12, 14, 18, 19,23,27,34,35,37,41,

45,4~51,52,53,64,69, 72.

Chr. Janse: 50,61.

W. Knijff-op 't Hof: 26.

D.W. Lindenbergh: 24,49,57,62. J. van der Maale: 33.

M.A. Nijsse Jzn.: 63.

CP. Pols: 6,7,13,15,25,46,66,70,73,75. J. de Ruiter: 8, 22.

M. de Ruiter-Kodde: 9, 10, 16. D. van Schaik: 48.

M.P. de Schipper: 68,71.

P.l. de Schipper-Lindenbergh: 5,43,74. P.A. Spruijt: voorblad, 3, 29, 39, 40, 54, 55. N.C. Steketee-van der Graaff: 76.

Elly Voskuijl: 28.

1. 's Heer-Arendskerke is een vrij aanzienlijk dorp "hebbende een bekwame 1ugtige kerk met een zware toren", a1dus Isaak Tirion (circa 1750). Hier zien we de Dorpstraat in 1895. Links aehter de linden "de gemeentekamer" in "De Gouden Leeuw" bij J. de Ruiter waarin tot 1892 de raad vergaderde. Het huis met het uithangbord is van bakker J ozias Smijtegeld Bedet. Het hoge huis reehts is de pastorie, geheel verbouwd in 1863.

2. Nog een foto van de Dorpstraat, nu bevolkt. Aan het einde van de straat is duidelijk een laag gebouwtje zichtbaar, "het viskot", dat werd gebruikt voor verkoop bij afslag van vis, kersen enzovoort. Het was tevens een verzamelplaats voor jong en oud. Of het opschrift "Hoort-Ziet-Zwijgt" altijd in praktijk werd gebracht is niet meer te controleren. Ook was het de basis waar op "jongensavond" de plannen werden gemaakt en vanwaaruit werd geopereerd.

De personen kunnen niet worden gei'dentificeerd.

, ...

3. Een kaart van de Dorpstraat, verzonden in 1903. Naast de pastorie, links, is nog het koetshuis met een stal voor twee paarden. Dit koetshuis is kort daarna verbouwd tot leerkamer, uitstekend geschikt voor de catechisaties en kleine vergaderingen. De koopvrouw staat voor de secretarie van het eerste gemeentehuis. Aan het eind van de straat is "het viskot" nog te zien.

4. Het eerste gemeentehuis dat op 30 mei 1892 in gebruik werd genomen. De toenmalige burgemeester was jhr. Unico Evert Lewe van Lijenstein (1892-1933). Van W.F.K. Lenshoek werd een huis met koetshuis aangekocht vo or f 6.000,-. Het woonhuis werd bestemd voor dokterswoning, het koetshuis werd verbouwd tot gemeentehuis. De verbouwing werd uitgevoerd door de ingezetenen Johannes van der Poel en Jacob Beenhakker vo or f 5.000,-. Op de stoep staat de gemeenteveldwachter Jan Timmerman. Door het raam van de secretarie kijkt de secretaris H.J. Augustein (1892-1896).

5. Ret tweede gemeentehuis, annex ambtswoning voor de secretaris. In 1901 was het aantal gemeenteraadsleden, doordat het inwonerta1 boven de drieduizend was gekomen, uitgebreid van zeven tot elf en de secretarie werd te klein. Er was ook behoefte aan een woning voor secretaris Lambertus van Vessum (1896-1936). De bouw werd uitgevoerd door L. Oele te 's Heer-Hendrikskinderen voor f 17.000,-. Op 17 mei 1915 werd het in gebruik genomen. Thans is het nog in gebruik als postkantoor en woning voor de kantoorhouder.

DrukkeJij -=- V~ del' Peijl - Ierseke. Xu. 139~7.

DORPSTJu.A T ?

6. De Dorpstraat gezien vanaf de zijde van de kerk omtrent de eeuwwisseling. Links op de hoek zien we de herberg "Ret Geeltje", waarvoor de herbergier P. Snoodijk (Pau de Panlapper) zijn straatje wiedt. Verder herkennen we P. de Jonge met zijn eehtgenote Leuntje Minnaar en zijn doehters Dien en Maatje, bewoners van het winkeltje reehts op de hoek. De kinderen zijn Lena IJzerman en Sientje Meulbroek. De vrouw op de achtergrond, die de ramen aan het zemen is, is Coba Baas-de Visser. Ret vooruitstekende lage gebouwtje is het brandspuithuisje.

7. De Dorpstraat vanaf de dijk genomen op hetze1fde tijdstip a1s de vorige kaart. Rechts staat de pastorie die van 1896 tot 1907 werd bewoond door dominee Wolter Arinus Keers en van 1907 tot 1932 door dominee Johannis de Voogd. De ramen zemende vrouw is weer Coba de Visser en op de achtergrond is nog de winkeliersfamilie De Jonge Minnaard te zien.

8. De weg naar Vredenhof, rond 1900. nit is de weg naar Heinkenszand , tevens de postweg naar Midde1burg. De boerderij aan het eind van de weg is "Vredenhof". Links van de weg in het Sint-Pieterspoldertje zijn de eerste drie huizen eigendom van de familie Vermet, de boerderij met het rieten dak wordt bewoond door Leendert Boonman. De vrouwen aan het hekje zijn Maria Lokerse-Goeree en haar schoonmoeder Jane Lokerse. Op de voorgrond timmerman Frans de Ruiter sr., terwijl verder nog zijn te herkennen schilder P.J. Care1s en P. de Jonge.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek