Artikel niet aanwezig

Het artikel dat u wilt bekijken is niet aanwezig.

Fragmenten uit het boek ''

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

AJs officieel stichtingsjaar van de stad 's-Hertogenbosch wordt aangenomen 1185. Uiteraard wil dit niet zeggen, dat de stad opeens aJs zodanig uit het niet te voorschijn kwam. Daar moeten allerlei gebeurtenissen, ontwikkelingen en omstandigheden aan vooraf zijn gegaan. Reeds in de lOde eeuw wordt Orthinia (Orthen) vermeld als een betekenisvolle nederzetting. Zij lag ten noorden van de Aa.

Maar de delta, gevormd door Aa en Dommel met verscheidene bijstroompjes, die hoe ongelooflijk het ook klinken mag, zeer bos- en wildrijk was, verlokte toen al sommige pioniers zich hier te vestigen. Ze kregen van de Brabantse heren, die zich toen nog geen hertog noemden, verlof bomen te kappen om daarvan huizen te bouwen,

Vreedzaam, op jacht en visserij be/ust, vestigden zich binnen die delta onze voorouders, en rmsschien zagen zij op die plaats ook meer handelsmogelijkheden dan in Orthen.

Toen bovendien in 1179 hertog Godfried er een jachtslot liet bouwen met stallen, schuren en groot hondenhuis, trokken er meer vreemdelingen heen, en ongetwijfeld zullen zij hun vestiging hebben omgeven door een palissade. De mens is nu eenmaal een agressief dier, hoe hoog ontwikkeld hij dan ook zijn mag en dus moet hij zich bij voorbaat weren tegen anderen. Onder anderen tegen die van Heusden, die in het rivierengebied ook een sleutelpositie innamen in opdracht van de graven van Holland.

Wat nu, duizenden malen tragi scher gebeurt in Afrika, speelde zich toen op klein ere schaal af in de lage landen. Er was wedijver, gewestbelang, machtsvorming en onderlinge strijd. Daarom besloot Hendrik I de vestiging in de delta van Dommel en Aa stadsrechten te verlenen, m.a.w. haar te maken tot een uitgebreide burcht, omgeven door muren, wallen en poorten. N u hadden die van Orthen al tien- en tientallen jaren lang gesproken over die lieden van "den bossche". Maar

na de hertogelijke oprichting van jachtslot en na bevordering tot stad, werd "den bossche" tot ,,'s-Hertogenbossche".

Het kreeg de hulp van de drie grote stedenBrussel, Antwerpen en Leuven, die de poorten leverden. Deze moesten de kleine agglomeratie, ontstaan rond het marktplein in de nabijheid van jachtslot, stallen, hondenhuis, schuren e.d. beschermen, samen met wallen en muren.

Die eerste stadsaanleg was van minieme oppervlakte. Rond de driehoekige markt, gericht op de drie invalswegen van zuid, oost en west, werden huizen en bedrijven gebouwd, die tot hoogstens op vijftig meter afstand van de markt verwijderd lagen. De Lovense poort stond waar nu de zaak van Lippits is; de Antwerpse poort waar nu Snellestraat en Achter het Verguld Harnas in elkaar grijpen. AIleen de Brusse/se poort stond verder van de markt verwijderd, want het was vooral aan de noordkant, de Orthense zijde dus, waar zich de meeste nieuwkomers vestigden. Zij lag ter hoogte van het Bokhovenstraatje. In die buurt werd trouwens ook de eerste herberg opgericht.

Van die eerste stadsommuring is weinig over.

Bij de Firma Lippits steekt nog altijd een torentje omhoog, dat een relict is van de Lovense poort; in de Gasthuisstraat is nog een overbJijfsel te zien van een toren en een waterpoort. Bij graafwerken ten behoeve van de aanleg van het Mgr. Loeffplein zijn muurrestanten te voorschijn gekomen, die men de moeite van het bewaren niet waard achtte.

Ooit hebben bij het Bokhovenstraatje stenen getuigd van de eerste noordelijke poort, verder zijn nog muur-overblijfselen aanwezig achter de herberg "De Schotse Roos" in de Kolperstraat en in de magazijnen van de Fa. Mosmans op de St.-Annaplaats.

Die kleine stad bleek aJs handelsplaats bijzonder levensvatbaar. Zij breidde zich steeds meer uit. Werd de eerste St.-Jans-

kerk gebouwd op een terrein, dat buiten de muren lag, al spoedig lag ook zij binnen de omwalling, en ten slotte waren het Dommel en Aa, de twee voornaamste stromen, die haar begrenzing vormden. De uitbreidingen dateren achtereenvolgens van 1250, 1352 en 1599. De stad telde toen ongeveer 23.000 inwoners.

De binnenstroompjes werden echter niet gedempt. Via hen konden immers kleine boten en schuiten de stad binnenkomen. Bovendien leverden zij water aan de diverse ambachten en konden zij dienst doen als riolering. Om deze redenen werden de achtererven met werkplaatsen het dichtst bij die stroompjes aangelegd, langs de zogenaamde Binnendieze, en stonden de voorhuizen er met de voorgevel van afgekeerd. Om zoveel mogelijk huizen te kunnen bouwen, werden daarvoor smalle, maar lange percelen toegewezen. Aangezien ieder perceel dezelfde diepte had, volgde de rooilijn van de voorgevels precies de loop der binnenstroompjes en ontwikkelde zich een straatplan, dat harmonieerde met de binnenstrornen, met het gevolg dat niet een van hen recht is. Ze bezitten een natuurlijke golving en vormen een uniek stadsplan, dat dank zij ook de achtergrachten zonder weerga is in de West-Europese stadsarchitectuur.

De Bossche binnenstad he eft dan ook bijzondere cultuurhistorische betekenis en het is diep te betreuren dat vorige geslachten dit niet voldoende hebben onderkend, om haar straten en waterstelsel met de vereiste zorg te behoeden.

Van harte hopen wij, dat hetgeen nog over is van de unieke stadsbouw bewaard blijft, en dat ook andere historische kenmerken zich mogen handhaven.

's-Hertogenbosch kan, met enige goede wil, nog een hertogelijke stad blijven. Uniek in Europa.

G. J. J. F. M. Dorenbosch Kees Spierings

OPDRACHT

Wij dragen dit boek op aan allen die het cuitureel-historisch verleden en architectonisch beeld van de oorspronkelijke stad 's-Hertogenbosch, alsmede hoar behoud en hoar toekomst als H'oon-, werk- en leefstad liefhebben en haar daarom zoveel mogelijk willen handhaven en herstellen, Mage haar binnenstad rand de onvolprezen St-Jan, haar middeleeuwse, hertogelijke en eigen karakter be waren als een facet van de WestEurope se cultuur, tot vreugde van ouderen en jongeren die haar liejhebben. Ondanks vele schendingen is 's-Hertogenbosch nog een schone stad. Behoudt haar, gij allen die haar liefhebt,

G. Dorenbosch Kees Spierings

COLOFOON

Zander de bereidvaardigheid van de Bibliotheek van het Provinciaal Genootschap, het Gemeente-archief, de heel' lac. Roelands, de heel' Th. Hammecher (Eindhoven), en enkele andere particulieren, hadden .wti deze bundel niet kunnen samenstellen.

Aile betrokkenen betuigen wij oprechte dank.

G.D. K. S.

·."OoJ:.t

. S·RE~rO<:SNBOSCB.

:..

Plattegrond van 's-Hertogenbosch omstreeks 1900.

5

Luchtfoto Markt, 's-Bosch

K. L. M .? FOTO CQP)'tight

6

Duidelijk Jaat deze foto de driehoeksvorm van de Markt zien, zoals die de eeuwen door zo goed als ongeschonden bewaard is gebleven. Ook komt duidelijk uit hoe het "blok" het weidse marktveld "breekt" en het een mooie ruimtelijke indeling verleent. Nog een derde bijzonderheid van de mooie Markt komt scherp uit: de hoeken van de driehoek leiden naar de drie oorspronkelijke uitvalswegen. Rechts boven begint de weg naar het oosten (Leuvense Poort); midden onder die naar het zuiden (Antwerpse Poort) en links boven begint de weg die noordwaarts Ieidt (Brusselse Poort). Typisch is dat deze driehoek welhaast congruent is aan de driehoek van de vestingstad zelf: een bouwkundig unicum.

Urro. ~ ??. t:T"', '£LSF.:<. 1638.

Een zeer interessante foto van de Pensmarkt, zo genoemd naar het "Vleeshuys" dat eens gestaan heeft waar nu C. en A. gevestigd is. Op deze ansicht, daterende van voor 1906, is daar nog de boterhal met erboven het Provinciaal Genootschap van K. en W. in Noord-Brabant. Wat in de linker gevelwand wei het meest opvalt, is het tweede pand met zijn merkwaardig, helaas vervallen geveltje, dat u hiernaast afzonderlijk ziet afgebeeld. In schril contrast met de linkse pandjes, voornamelijk herbergjes, staan de grote winkelzaken aan de rechterzijde, waarvan de meubelzaak van Van der Meulen wel de grootste was. Duidelijk ziet men ook de gevel van de deftige "Lohengrin" (later verplaatst naar de Markt in de buurt van "De Moriaan"). Daarnaast het hotel "Bet Groenhuis", dat met "De Gouden Leeuw" beschouwd werd als het voornaamste. Daarna springt de gevelwand naar voren: de befaamde bakkerij van Van de Well met haar onderdeur. De hoge kinderwagen links is nu uiterst "hip".

7

Hier dan het zo juist genoemde geveltje, gestut en onder de sloop. Desondanks wacht de waard nog op klanten, hetzij voor de herbergstoel of voor de scheerstoel, want M. A. van den Broek, die het "Oude Voermans Koffiehuis" drijft, is barbier en tapper. Anno 1621 heette het pand "De Trip"; in 1721 "De Nobele Baars". In 1906 is het afgebroken. Op deze plaats kwam wat later het tramstation in de herberg van Van der Ven, die velen nog kennen. Let u ook op de open keldertrap, rechts voor de herberg. Er waren op de Markt vee! kelders en sommige dienden tot koffiehuis of b.v. groentezaak. Bij de meeste kelders hadden deze trapgaten ijzeren lui ken, zoals hier en daar nog te zien is. De kelders dien(d)en daar tot opslagplaatsen. De afbeelding dateert van oktober 1905.

Dit is, ten voeten uit, de befaamde Boterhal - afgesioten door een zwaar hek - waar k1uiten boter werden verkocht tegen b.v. 11 (stuivers) en 2 (centen) per pond. De .Jcluiten" waren door de boerinnen mooi opgemaakt met rozetten en schu1pen die ze er met een warm gemaakt 1epeltje op hadden aangebracht. De boterha1 werd gebouwd ornstreeks 1850 op de p1aats waar voordien het V1eeshuis had gestaan, waar de slagers hun vlees kochten. Merkwaardigerwijs kende (kent?) onze stad aileen maar katho1ieke slagers! Daamaast ook enke1e ritue1e Joodse (v. d. Heijden, v. d. Sluijs, Heijman, Diependaa1). In 1867 1iet de gemeente boven deze boterha1 twee verdiepingen bouwen voor huisvesting van het Provinciaa1 Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Boven in de gevel werden 7 bustes gep1aatst van de vo1gende verdienstelijke Brabanders: 1. Th. van Berckel, stempe1snijder en medailleur te 's-Hertogenbosch (1739-1808): 2. Dr. J. Ingen Housz, medicus te Breda (1730-1799): 3. J. F. Martinet,

9

10

prcdikant, geboren te Deurne (1729-1795); 4. Joh, Goropius Becanus, lijfarts van Karel V, geboren te Gorp bij Hilvarenbeek, overleden 1590; 5. Georgius Macropedius, paedagoog en latijns toneelspeldichter, geboren te Gernert (1475-1558); 6. Pieter Bruegel, een der beroemdste schilders uit de tijd van Karel V, geboren te Breugel bij Eindhoven (? ) (± 1515-1569); 7. Kardinaal Willem van Enckevoirt, geboren te Mierlo (1464-1534). Tot 1925 bleef het grote pand botcrhal en museum. In dat jaar werd het afgcbroken om plaats te maken voor een groot confectiebedrijf. Links onder ziet men nog juist de bierkelder van Wordragen. Rechts onder was "den erpelkelder" van V. Aken, waar men de aardappelen niet per kilo haalde, maar per "kop", een ronde ijzeren maat, een eigenlijke "vijfkop". De tweede kaart geeft de boterhal-ingang met een straattoneeltje dat boekdelen spreekt.

De winkelinterieurs in het begin dezer eeuw hadden een heel eigen, karakteristieke sfeer en geur, en waren wars van de huidige zakelijkheid, algemeenheid en nuchterheid. Vaak was het interieur rijk aan arnbachtelijk knap bewerkte toonbanken en opstanden, waar in mooie flessen, potten en trommels de artikelen bewaard werden. Zo'n rijk interieur heeft men tot voor kort nog gekend in de winkel van Suijs "De Eenhoorn", Ook de afgebeelde modezaak van L. G. Prins, rand 1900, gevestigd aan de Pensrnarkt, links naast de toenmalige Boterhal, mag gezien worden met haar toonbanken, haar drie-arrnige petroleumlamp, het ten toon gehangen broderie-werk. en de volgeladen opstanden. Bijna zou men zeggen "in de winkel van Sinkel is alles te koop".

PE SMARKT

!l.A~K~ SHE

GE~80 Cr'

12

De Pensmarkt gezien vanaf het stadhuis, waar het manufacturen-magazijn "De Zon" overheerst. Voor de bouw (rond 1900) werden drie zestiendeeeuwse huizen afgebroken, staande aan Pensmarkt en Minderbroedersstraat, die in de volksmond .Jiet beddesrraatje" werd genoernd, om de vele winkels voor rneubelen, confectie e.d., waar burger en boer werden aangeklampt door de diverse ondernerners, die aan de open deur hun zaak aanprezen. De drie huizen heetten "De Gulden Tralie", "Die Gulden Kelting" en "De Vergulden Pantoffel". Het huis ernaast was "In de drie Vijzels" en is later bij "De Zon" getrokken. Op de 22ste december 1938, toen er een hevige vorst heerste. brandde het pand volledig uit. De draperieen van het bevroren bluswater maakten de ruine tot een sprookjesachtig ijspaleis, De bedrijvigheid op de groentemarkt rond de boerinnen met haar poffers vorrnde een dagelijks terugkerend rijk markttoneel.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek