Artikel niet aanwezig

Het artikel dat u wilt bekijken is niet aanwezig.

Fragmenten uit het boek ''

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

meerde zaken (sommige nu nog steeds) en gerenommeerde huizen, die in volgorde als boven de volgende namen droegen: "Het Gulden Larnpet", "Den Ossekop" (de oude gevelsteen berust in het Museum van het Provo Gen.), "De Gulden Arent", "De Roosenboom" en "De Kleine Roosenboom". De "Roosenboom" bestond reeds in 1574, maar werd eind 19de eeuw door M. J. Weijl afgebroken. Boven op het dakvenster stond een koperen rozenstruik en de voorgevel had een tableau van witte tegels in Delfts aardewerk, waarin een gekleurde rozenboom was gebrand. Het tableau dateert van 1792 en is sinds 1936 in bezit van bovengenoemd Museum. Verderop (zie volgende kaart) vond men J. Staring, de slager, H. Kennis, de kleermaker in "Den Eenlantshoorn". Het gesloten huis werd bewoond door Mr. A. J. Abbema, kantonrechter. Dan volgt "De drije Papegaaien" (anno 1583), de befaamde muziekhandel van de fa. Henri Mosmans. Een huis dat eerbiedig dient gegroet te worden om de vele verdiensten der gebroeders:

Pater Henricus Mosmans C.s.s.R. 's-Hertogenbosch, geb. 1-12-1866, over!. 1945; Jan Mosmans, archivaris van de

33

34

St.-Janskerk, geb. 14-1-1870, overl. 4-6-1966; Alphons Mosmans, componist, muziekhandelaar, geb. 7-2-1872, overl. 1953; Albert Mosmans, muziekhande1aar, geb. 18-3-1874, overt. 5-3-1942. Tenslotte staat voor "De Snuifrnolen" in smetloze maxi-jas bakker J. Hendrikx. Verderop aan dezelfde kant ziet men nog juist de hoek van de Korte Putstraat met de grote meubelzaak van Krijbolder-Smits. Op de andere hoek stond het postkantoor, en daarnaast volgde dan het herenhuis van Jhr. P. v. d. Does-de Willebois. Bekijken we ook de andere gevelrij, voornamelijk bestaande uit gesloten huizen. Ongeveer in het midden ziet men een klein poortje: het Rederijkersstraatje, ooit toegang tot een schuilkerk en in 1721 tot een schouwburg van de Rederijkerskamer "Moyses Bosch". In 1739 of 1740 is deze kamer in verval geraakt en werden "derselver goederen en sieraden openbaarlijk verkogt", Herinneren wij ook nog aan Arkesteijn die de bekende .Bossche Courant" uitgaf (ter hoogte van de voetganger die men op de rug ziet).

Midden in de Kerkstraat is sinds kort een alleraardigst pleintje. Met een beetje goede wi! zou het in Parijs kunnen liggen en zou er Simenon op een bank kunnen zitten (als er een bank was) en kijken naar het beeldje van de spelende kinderen en hun moeder. Vroeger was dit een door een hek omgeven terrein van de hervormde gemeente. Er stonden op dit terrein 6 woonhuizen, maar slechts van drie zijn de namen bekend: het eerste heette "Het Gulden Nachtslot" (het was daar blijkbaar een gulden buurt), later herdoopt tot "De IJzeren Kist". Het 5de huis was ,,'t Klein metaal Serpent" en het 6de "Het groot metaal Serpent" of "De Slanghe". Na de teruggave van de St.-Jan aan de katholieken (door Napoleon), schonk het koninkrijk der Nederlanden restitutie door voor de hervormden de bouw rnogelijk te maken van een nieuwe kerk. Ze is gebouwd in 1821 en de Bossche volksmond noemde haar "De grote Protestante kerk" in tegenstelling tot "de grote kerk", zoals zij de St.-Jan noemde en nog soms noemt.

.;--------

L 'BL10',n!;.£I<) OORO-8RAt:'AN

36

We mogen de mooie Kerkstraat niet verlaten, zonder nog iets te vertellen over het naast het postkantoor (anno 1894) gelegen patriciershuis (nu afgebroken ten behoeve van een nieuw postkantoor). Het dateerde uit de tweede helft der 17de eeuw en werd rond 1900 bewoond door Jhr. P. J. J. S. M. van der Does-de Willebois, van 1884-1917 burgemeester der stad. Hij was aristocraat tot in de punt van zijn welverzorgde sik en begaf zich steeds per rijtuig naar het stadhuis met als vaste koetsier "Geraar". "Geraar van den burgerneester" heette hij en hij was tevens huisknecht. Het bijbehorende koetshuis kwam met een grote poort uit in de Korte Putstraat. Als laatste ziet men het woonhuis van Dorus Hermsen, de befaamde Bossche schilder met zijn romantische Franse zwier, lange haren (toen all), Garribaldi-hoed, Lavalliere-das en Rubens-sik. Hij vertrok naar Den Haag als kunst- en antiekhandelaar. Ook dit huis (tot voor kort woonde er edelsmid W. Cordang) is afgebroken ten behoeve van het postkantoor.

Dit prachtige pand met voorgevel heette "Het Fransche Kabinet", en stond in de Kerkstraat. Het was het laatste huis in 's-Hertogenbosch dat nog een houten gevel bezat. In J 878 (1) moest het, als brandgevaariijk, worden gesloopt. Op de foto poseren twee heren Van der Vaart, die er, een kleine eeuw geleden, een stoffenzaak dreven. Thans is het een modehuis (vroeger dames Van Asseldonk, naast het woonhuis van Mar. Ogier Jr.).

K. L. M.·FOTO COPyrl9ht

38

Oorspronkelijk werd de St.-Janskerk gebouwd buiten de wallen van de toen nog kleine stad. De Leuvense poort immers stond tussen de huidige "Meierijse Kar' en fa. Lippits, vooraan in de Hinthamerstraat. Die eerste kerk lag in een verloren ruimte (het Hintemse veld), en wat nu de Parade is, was toen het galgeve1d. Omstreeks 1280 werd hier echter het Groot Begijnhof gebouwd. De hoofdingang tot het besloten begijnhof lag tussen de St.-Jan en de huidige plebanie. Men onderscheidde het eigenlijke Hof voor de welgestelde begijnen en de Grote en de Kleine

Infirmerie, waar de arme begijnen gehuisvest waren. Soms woonden er in totaal 300 bcgijnen. Haar eigen kapel, toegewijd aan de H. Nicolaas, stond ongeveer midden op de Parade. Bij de overgave van de stad in 1629 werd bepaald, dat het Begijnhof mocht blijven bestaan, totdat de laatste bewoonster gestorven zou zijn, Dit was in J 675 het geval en onmiddellijk begon tussen de staat en de stad een gevecht om de eigendom. In 1721 (!) werd beslist, dat het terrein onder beiden verdeeld zou worden. Op het staatsgedeelte werd toen in 1741 begonnen aan de bouw.

39

40

van de stallen der veldartillerie. Op het aan de stad toegekende gedeelte werden in 1749 de gebouwen gesloopt, behalve het Pastoorshuis, dat stond op de hoek van de Peperstraat. Dit is pas in 1856 gesloopt. De opengekomen ruimte werd ingericht tot paradeplaats, want tot dusver diende daar de Markt toe. Men denke aan de Hoofdwacht, gevestigd in het huidige "Central". Maar niet aileen holden er paarden over de Parade die denderende kanonnen en munitiewagens voortsleurden, zodat de hierop zittende artilleristen danig dooreen werden gerammeld. Er werd ook

met vreedzamer doeleinden over de Parade gehold: door honderden jongens, die zich bekwaamden in het populair wordende voetbalspel, dat in 1897 in onze stad werd ingevoerd door een groep H.B.S.-studenten. In 1903 zijn de uit 1741 daterende staIlen door brandstichting verwoest. AIleen de frontgebouwen met de militaire bureau's bleven gespaard. Na de brand werden de geredde paarden ondergebracht in de toen al niet meer in gebruik zijnde overdekte manege aan de Hekellaan, de tegenwoordige sporthal. De stalleu zijn weer hersteld en bleven dienst doen tot fond

41

42

1930 toen de artillerie onze stad verliet. Spoedig daarna werden zij afgebroken om plaats te maken voor de CasinoSchouwburg (geopend in 1935), die sinds 1966 Stadsschouwburg is. De brand van de paardestallen was in die rustige dagen een sensationele gebeurtenis, al leest men dat van de hierbijgaande foto's niet zo dadelijk af. Maar ja, men was in die dagen veel gelatener, vermoed ik.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek